KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Herleving van de Commissies van Beroep

Heeft u een geschil met uw werknemer over een opgelegde disciplinaire maatregel? Of bent u het oneens met de schorsing die het College van Bestuur u heeft opgelegd? Dan dient u uw verweer of beroep in bij de Commissie van Beroep van uw onderwijsvorm.

Welke rechten heeft u bij deze Commissie, en staat de gang naar de civiele rechter nog open na een uitspraak van de Commissie van Beroep? In dit artikel wordt deze vraag beantwoord en wordt de betekenis van de Commissie van Beroep voor het po, vo, mbo en hbo besproken.

Nieuw tijdperk

Per 1 juli 2015 hebben door de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) de Commissies van Beroep voor het bijzonder onderwijs geen wettelijke grondslag meer. Bijzondere scholen zijn door wetswijzigingen in de WPO, WVO, WEC, WEB en WHW niet meer verplicht aan te sluiten bij een van Commissies als bekostigingsvoorwaarde. De belangrijkste bevoegdheid van de Commissies, de toetsing van ontslag, behoort nu toe aan het UWV of de kantonrechter. Bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid is het UWV bevoegd. Is er sprake van een andere reden voor het ontslag, zoals verwijtbaar handelen, dan is de kantonrechter bevoegd om het ontslag te toetsen.

Het UWV en de kantonrechter toetsen het ontslag aan de wettelijke vereisten: voldoet het ontbindingsverzoek niet aan deze vereisten van de wet, dan kan de onderwijsmedewerker niet ontslagen worden. Dit verschilt met de ‘repressieve’ toetsing van de Commissies van Beroep: de Commissies toetsen het ontslag achteraf. Met de komst van de Wwz dient ontslag thans preventief aan de wet getoetst te worden. Daar waar de Commissies van Beroep in 1905 een wettelijke grondslag kregen om leerkrachten in het bijzonder onderwijs te beschermen tegen willekeurig ontslag, is er na 110 jaar geen sprake meer van ‘soevereiniteit in eigen kring’. Een nieuw tijdperk dient zich aan.

Herleving

Met de oorsprong van het nieuwe is echter het verleden niet opgegeven. De Commissies van Beroep behouden door bepalingen in de 2016-2017 cao’s in het po, vo, mbo en hbo de bevoegdheid om kennis te nemen van beroep tegen besluiten zoals een disciplinaire maatregel. Deze bevoegdheid verschilt per cao. Zo bepaalt iedere cao dat de Commissies van Beroep bevoegd zijn inzake beroep tegen een schorsing als ordemaatregel en een disciplinaire maatregel. De cao po, vo en mbo bepalen dat de Commissie bevoegd is inzake het direct of indirect onthouden van promotie, terwijl de cao hbo deze bepaling niet kent. Wordt een werknemer overgeplaatst in het kader van een bestuursbenoeming, of wordt diens verlengd dienstverband voor bepaalde tijd beëindigd, dan kent de cao po bevoegdheden toe aan de Commissie van Beroep po.

De Commissie van Beroep voor het po en vo is sinds 1 januari 2017 de ‘Commissie van beroep funderend onderwijs’. De Commissie van Beroep voor het mbo is, eveneens sinds 1 januari 2017, de ‘Commissie van Beroep mbo’. De Commissie van Beroep voor het hbo is de ‘Commissie van Beroep hbo’. Deze Commissies bestaan uit afgevaardigden van zowel werkgevers- als werknemerszijde. Een beroepschrift moet door de werknemer worden ingediend bij de Commissie binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit van de werkgever waartegen het beroep wordt ingesteld is verzonden. De Commissie doet uitspraak over het beroepschrift veelal binnen twee weken na de laatste zitting waarop de zaak is behandeld.

Voorbeeld uit de praktijk

Een werknemer is sinds 1 september 2008 als docent werkzaam bij een onderwijsinstelling in het hbo in een vast dienstverband met een betrekkingsomvang van 0.8 fte. Op de arbeidsverhouding is van toepassing de cao hbo 2016-2017. Op 16 november 2016 heeft zich een incident afgespeeld tussen de docent en de directeur van het instituut. Het College van Bestuur ziet in het incident aanleiding om de docent met onmiddellijke ingang te schorsen bij wijze van ordemaatregel. Na schriftelijk verweer door de docent, heeft een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Na dit gesprek heeft het College van Bestuur de beslissing om de docent te schorsen bestendigd. Werknemer komt in beroep bij de Commissie van Beroep hbo op tegen de bestendiging van de schorsing, en het College van Bestuur voert bij de Commissie verweer. Ten aanzien van de beslissing om de schorsing te bestendigen overweegt de Commissie dat in het algemeen de werkgever de bevoegdheid niet kan worden ontzegd om een werknemer vrij te stellen van werkzaamheden indien de werkgever besloten heeft de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer te beëindigen (Commissie van beroep hbo 12-06-2017, uitspraak 107541).

Welke rechtskracht heeft de uitspraak van de Commissie van Beroep hbo? De cao hbo bepaalt dat de uitspraak van de Commissie van Beroep hbo bindend is voor zowel de werknemer als de werkgever. De uitspraak van de Commissie van Beroep is daarmee een ‘bindend advies’. Een bindend advies is een vorm van vaststellingsovereenkomst, waarbij geldt dat de weg naar de civiele rechter is afgesloten over de rechtsvraag waarover bindend advies is gewezen (tenzij er sprake is van strijd met de redelijkheid en billijkheid). Hebben de werkgever en werknemer echter wel ingestemd met het bindend advies? Waaruit blijkt dat zij ‘partijen’ zijn bij deze vorm van vaststellingsovereenkomst? Volgens de Hoge Raad zijn partijen gebonden aan een uitspraak van de Commissie van Beroep wanneer zij dit ‘ondubbelzinnig overeenkomen’. Hiervoor is voldoende dat in de cao een bepaling is opgenomen waaruit blijkt dat de uitspraak van de Commissie bindend is voor beide partijen, zoals het geval is bij de cao hbo.

Beroep bij de civiele rechter?

In welke gevallen kan de werknemer beroep instellen bij de civiele rechter tegen een besluit van de werkgever? Indien partijen bindend advies zijn overeengekomen, dan zal dat leiden tot niet-ontvankelijkheid bij de civiele rechter. Het antwoord is dat de civiele rechter het geschil in volle omvang (en niet slechts marginaal) dient te beoordelen wanneer er geen sprake is van bindend advies. De vraag naar de bevoegdheid van de civiele rechter in samenhang met de bevoegdheid van de Commissie van Beroep, was voor 1 juli 2015 voornamelijk van belang in het kader van het ontslag. Zoals beschreven, zijn het UWV en de kantonrechter thans bevoegd om het ontslag te toetsen.

De wet heeft echter een uitzondering gemaakt voor de toetsing van ontslag wegens bedrijfseconomische redenen: indien bij cao een ontslagcommissie is ingesteld, dan is de ‘cao-ontslagcommissie’ in plaats van het UWV bevoegd om ontslag wegens bedrijfseconomische redenen te toetsen. De cao hbo 2016-2017 bepaalt bijvoorbeeld dat er een cao-ontslagcommissie is. Op deze wijze behouden onderwijsinstellingen in het hbo rechtspraak over ontslag wegens bedrijfseconomische redenen ‘in eigen kring’. Bent u het niet eens met de beslissing van de cao-ontslagcommissie? Dan kunt u bij de kantonrechter als werkgever een ontbindingsverzoek indienen, en als werknemer herstel van de arbeidsovereenkomst of een billijke vergoeding verzoeken.

Heeft u een (spoedeisend) belang bij beroep bij de Commissie? Wilt u meer informatie over beroep bij de Commissie van Beroep? Neem contact op met één van de specialisten Onderwijsrecht!