Billijke vergoeding

Sinds 1 juli 2015 is nieuw dat werknemers bij ontslag recht kunnen hebben op een ‘billijke vergoeding’. Artikel 7:671b lid 8 BW is de meest voorkomende artikel op grond waarvan een werknemer recht kan hebben op een billijke vergoeding. Dit artikel bepaalt dat een werknemer een billijke vergoeding toegekend kan krijgen indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Hoewel ‘bestraffing’ geen doel is van de billijke vergoeding, kan het bij beoordeling van de mate van verwijtbaarheid wel onderdeel worden bij de begroting. Welke aspecten spelen nog meer een rol bij de beoordeling van de billijke vergoeding?

Relevante omstandigheden

De lat voor het toekennen van een billijke vergoeding ligt hoog, waardoor er wel gesproken wordt van het ‘muizengaatje’. Voor het bepalen van de hoogte van deze vergoeding bestaan geen wettelijke criteria. Van belang kan bijvoorbeeld zijn:

  • de gevolgen van het einde van de arbeidsovereenkomst;
  • hetgeen de werknemer aan inkomen zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst had voortbestaan; en
  • of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden, de inkomsten die hij daaruit geniet en de (andere) inkomsten die hij in redelijkheid in de toekomst kan verwerven.

Als uitgangspunt geldt dat de rechter de billijke vergoeding dient te bepalen op een wijze die aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval.

Hoogtes

Tot de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017 in New Hairstyle (ECLI:NL:PHR:2017:414) was er
geen peil te trekken op de begroting van de billijke vergoeding door de rechter. Voor deze uitspraak was de hoogte van de billijke vergoeding bij uitzondering hoger dan € 100.000: van de uitspraken voor 1 april 2017 waarin een billijke vergoeding is toegekend liepen de toegekende billijke vergoedingen sterk uiteen van € 0 tot € 141.500. Gemiddeld werd een billijke vergoeding toegekend van € 22.670,72 wat overeenkomt met gemiddeld 6,92 keer het maandsalaris. De ten opzichte van het maandsalaris hoogste billijke vergoeding was € 50.000, wat overeenkwam met 31,13 keer het maandsalaris. De op een na hoogste billijke vergoeding tot 30 juni 2017 toe wegens ernstig verwijtbaar gedrag werd toegekend door Kantonrechter Assen. In deze uitspraak werd het handelen van de werkgever bestraft met een billijke vergoeding van € 125.000. In de uitspraak wordt vermeld dat het toekennen van de hoge billijke vergoeding dient als waarschuwing voor zowel de verzoekende werkgever als andere werkgevers.

Inmiddels (lees: na 30 juni 2017) is het niet ongebruikelijk dat een billijke vergoeding van (hoger dan) € 100.000 wordt toegekend: een toegekende billijke vergoeding kan zo laag zijn als € 500 maar ook zo hoog als € 628.000.

Billijke vergoeding en de WNT

Denk bijvoorbeeld aan het geval dat de werknemer in kwestie ook een ‘topfunctionaris’ is in de zin van Wet normering topinkomens (WNT).  Wat geldt in dat geval? De WNT normeert de beëindigingsvergoeding van topfunctionarissen tot maximaal € 75.000,-. In afwijking van dit maximum volgt uit de Uitvoeringsregeling WNT dat de rechter een hogere beëindigingsvergoeding kan toekennen. Maar, zo blijkt uit de rechtspraak, bij het vaststellen van de hoogte van een ‘billijke beëindigingsvergoeding’ moet rekening worden gehouden met de bedoeling en de strekking van de WNT. Zo oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland onlangs dat een gevorderde billijke vergoeding van € 150.000,- te hoog was. Zij matigde dit tot een bedrag van € 50.000,-. Bij de bepaling van de hoogte werden alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, waaronder het gegeven dat de WNT op de arbeidsrelatie van toepassing was. Hoewel de rechtbank niet gebonden was aan de in de WNT opgenomen maximering, nam dat volgens haar niet weg dat het doel en de strekking van de WNT wel als relevante omstandigheid dient te worden meegewogen.

Conclusie

Bij de berekening van de billijke vergoeding kan rekening worden gehouden met de omstandigheden van het concrete ontslaggeval. De rechter heeft daarbij enkele handvaten, maar ook vrijheid, hetgeen de rechter de mogelijkheid geeft tot maatwerk.