Pensioenopbouw tijdens tijdelijke arbeidsduurverkorting in verband met coronavirus

Het Centraal aanspreekpunt pensioenen van de belastingdienst (“CAP”) geeft aan dat er moge-lijkheden zijn om de opbouw van pensioen voort te zetten indien er sprake is van pensioenge-vende diensttijd (artikel 18g van de Wet op de Loonbelasting, artikel 10a van het Uitvoeringsbe-sluit loonbelasting 1965 (UBLB) en onderdeel 2.3 van het Verzamelbesluit pensioenen van 11 december 2018, nr. 2018-28514).
KH_Beeldbank_pensioensrecht_2_1200x900px

Bron  
https://centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl/publicaties/va-20-004-200316/

In het V&A 20-004 worden 3 situaties beschreven:

  1. Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking geheel in stand blijft. Er blijft gewoon sprake van pensioengevende diensttijd in de zin van artikel 10a, eerste lid, onderdeel a, UBLB. Bij een lager pensioengevend loon kan de pensioenopbouw ongewijzigd doorlopen, mits er sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging.
  2. Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk wordt beëindigd. Als de werknemer een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering ontvangt (bijvoorbeeld een WW-uitkering) is sprake van pensioengevende diensttijd. In dat geval  mag de pensioenopbouw worden voortgezet op basis van het pensioengevend loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.
  3.  Arbeidsduurverkorting waarbij geen sprake is van onvrijwillig ontslag of er geen inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering wordt ontvangen. In dit geval mag onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw in de zin van artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, UBLB (tweede deel) en onderdeel 2.3 van het Verzamelbesluit pensioenen van 11 december 2018, nr. 2018-28514.


Let op

  • Het pensioenreglement  moet wel voorzien in de mogelijkheid van voortzetting van de pensioenopbouw. Mogelijk zal het pensioenreglement hierop aangepast moeten worden. Let op medezeggenschap en instemming.
  • Het betreft een mogelijkheid om de pensioenopbouw voort te zetten, dus geen verplichting. Voortzetting brengt natuurlijk wel extra kosten met zich mee.
  • Ook met betrekking tot pensioenregelingen waarin het nabestaandenpensioen op risicobasis is verzekerd, is een ongewijzigde voortzetting van de pensioenregeling een aandachtspunt.
  • Ook de pensioenuitvoerder moet hier nog aan mee willen werken indien het nog niet voorzien is in het pensioenreglement.