KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Zorgverzekeraars niet aanbestedingsplichtig

Nadat een aantal rechtbanken wisselend hebben geoordeeld over de vraag of zorgverzekeraars aanbestedende diensten zijn, heeft voor het eerst een hogere instantie zich over deze vraag uitgelaten. Het hof Den Bosch heeft geoordeeld dat zorgverzekeraars geen aanbestedende diensten zijn (12 mei 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1697).

Zorgverzekeraars zijn aanbestedende diensten, indien zij kwalificeren als publiekrechtelijke instellingen. In een eerdere blog hebben wij de criteria hiervoor beschreven. Één van de criteria is dat een instelling moet zijn opgericht om te voorzien in behoeften van algemeen belang, die niet van commerciële aard zijn. Bij zorgverzekeraars staat vast dat zij voorzien in behoeften van algemeen belang, maar is het de vraag of die van commerciële aard zijn. Het hof Den Bosch overweegt dat hiervan sprake is wanneer een instelling (i) een winstoogmerk heeft, althans bestuurd wordt op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit, (ii) opereert onder normale marktomstandigheden en (iii) het economisch risico van haar activiteiten draagt.

Ad i) het hof stelt vast dat alle zorgverzekeraars winst nastreven en ook feitelijk winst maken. Ondanks het feit dat C.Z. op grond van haar statuten geen winstoogmerk heeft,  gaat het hof ervan uit dat zij wordt bestuurd op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit;

Ad ii) het hof is van oordeel dat zorgverzekeraars opereren in een klimaat van concurrentie. De sociale randvoorwaarden in de Zorgverzekeringswet staan hier niet aan in de weg. Er is een markt ontstaan, waarop zorgverzekeraars hun activiteiten in concurrentie om de gunst van de verzekerden met elkaar uitoefenen. Het hof neemt dan ook aan dat zorgverzekeraars onder normale marktvoorwaarden actief zijn.

Ad iii) het hof overweegt dat de inkomsten van zorgverzekeraars bestaan uit de ontvangst van een nominale premie, het eigen risico, eigen bijdragen van verzekerden en een vereveningsbijdrage en een vergoeding voor de beheerskosten van (mee)verzekerde kinderen uit het zorgverzekeringsfonds. Uit al deze inkomsten moeten zorgverzekeraars hun kosten dekken. Het is daarbij aan de zorgverzekeraar om te bepalen hoe hij zijn inkomsten besteedt, mits hij er maar voor zorgt dat zijn verzekerden tijdig de verzekerde prestaties ontvangen. Daarnaast kunnen zorgverzekeraars failliet gaan indien zij hun uitgaven onvoldoende beheersen. Het hof neemt op basis van het voorgaande aan dat zorgverzekeraars zelf het economisch risico van hun activiteiten dragen en dat zij zich zullen laten leiden door economische overwegingen.

Op basis van het voorgaande concludeert het hof dat zorgverzekeraars voorzien in behoeften van algemeen belang die van commerciële aard zijn. Dit brengt mee dat zorgverzekeraars niet kwalificeren als publiekrechtelijke instellingen. Tegen dit oordeel kan nog cassatieberoep worden ingesteld bij de Hoge Raad. Vooralsnog kan er echter van uit worden gegaan dat zorgverzekeraars niet aanbestedingsplichtig zijn.

 

 

Delen op