Wetsvoorstel maatregelen loondoorbetaling bij ziekte en WIA

Op het moment dat een werknemer ziek wordt, dient de werkgever in beginsel gedurende twee jaren het loon van deze werknemer door te betalen en zorg te dragen voor de re-integratie. De loondoorbetalingsplicht bij ziekte gaat daarom vergezeld van re-integratieplichten voor zowel de werkgever als werknemer.

Na deze twee jaar worden de re-integratieactiviteiten van werkgever en werknemer door het UWV getoetst. Is dit onvoldoende of is het resultaat onbevredigend, dan kan het UWV een loonsanctie opleggen aan de werkgever. 

Door werkgevers wordt deze loonsanctie en de angst voor deze loonsanctie als onredelijk bezwarend en belastend ervaren. Ook de wetgever heeft dit probleem geconstateerd en heeft dit probleem willen ondervangen. Maar wat gaat er veranderen? Wordt het advies van de bedrijfsarts leidend?

Het wetsvoorstel

Door het kabinet is in het regeerakkoord afgesproken een nieuw wetsvoorstel in te dienen die ervoor moet zorgen dat het oordeel van de bedrijfsarts gedurende het re-integratietraject leidend wordt voor het UWV bij de beoordeling van het re-integratieverslag aan het einde van de wachttijd.

In het re-integratietraject moet de werkgever zich laten bijstaan door een bedrijfsarts. Afhankelijk van het oordeel van deze bedrijfsarts over de ziektesituatie – als de bedrijfsarts oordeelt dat de werknemer ziek is (artikel 19 Ziektewet) – is de opmaat voor het re-integratietraject dat de werkgever samen met de werknemer moet gaan inzetten. Toch kan het nu nog zo zijn dat het UWV het niet eens is met het (medische) oordeel van de bedrijfsarts en besluit over te gaan tot het uitstellen van de WIA-beoordeling door middel van het opleggen van een loonsanctie. De wettelijke grondslag voor het UWV om een loonsanctie op te leggen is gelegen in artikel 7:629 BW jo. 25 Wet WIA. De werkgever zal hierdoor het loon van de werknemer maximaal 52 weken langer dienen door te betalen dan wel zo veel langer als dat werkgever nodig heeft om alsnog te voldoen aan de re-integratieverplichtingen (loonsanctie).

Oordeel bedrijfsarts

Door het wetsvoorstel tracht de wetgever het oordeel van de bedrijfsarts leidend te maken, wat de werkgever zekerheid moet geven met betrekking tot de gedane re-integratie-inspanningen en het risico op het lopen van een loonsanctie. Dit wetsvoorstel maakt dat de werkgevers en werknemers meer in staat zijn om regie te voeren op de re-integratie en daarbij moeten zij kunnen vertrouwen op het medisch advies over de belastbaarheid van de bedrijfsarts. Zodra het wetsvoorstel in werking zou gaan treden kan het UWV het medisch advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer bij de RIV-toets niet herroepen. Voor werkgevers is dit prettig, nu zij inhoudelijk in beginsel niet op de hoogte worden gesteld over de medische oorzaak van de ziekte en de klachten van de werknemer. Uitzondering hierop is uiteraard wanneer de werknemer deze informatie zelfstandig met de werkgever deelt dan wel de bedrijfsarts toestemming geeft hierover met de werkgever te spreken.

Hierdoor zijn loonsancties op basis van medisch verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en verzekeringsarts niet meer mogelijk. Evenwel blijft de mogelijkheid tot het opleggen van een loonsanctie op andere gronden dat de hiervoor genoemde wel mogelijk.

Effectief zal na inwerkingtreding van het wetsvoorstel de RIV-toets volledig uitgevoerd worden door arbeidsdeskundigen van UWV. De arbeidsdeskundige beoordeelt of werkgever en werknemer de re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het medisch advies van de bedrijfsarts. Als dat het geval is, kan een RIV-toets niet meer leiden tot een sanctie.

Een werknemer die het niet eens is met het medisch advies van de bedrijfsarts kan op kosten van de werkgever een second opinion bij een andere bedrijfsarts aanvragen. Ook de mogelijkheid tot het vragen van een deskundigenoordeel voor zowel werkgever als werknemer blijft bestaan.

Conclusie en stand van zaken

Het wetsvoorstel is in september 2020 officieel aanhangig gemaakt door de Minister. De Minister heeft daarbij te kennen gegeven dat de beoogde datum van inwerkingtreding van de wet ligt op 1 september 2021. Het wetsvoorstel maakt onderdeel uit van een totaalpakket aan maatregelen om de loondoorbetalingsverplichtingen voor werkgevers makkelijker, duidelijker en goedkoper te maken.

Op 17 april 2019 is de Ministerraad akkoord gegaan met het wetsvoorstel. Hierna heeft het wetsvoorstel opengestaan voor internetconsultatie tot en met 16 juli 2019. Naar aanleiding van de internetconsultatie heeft de minister in juli 2019 de voortgang gemeld over het wetsvoorstel ‘Maatregelen Loondoorbetaling bij ziekte en WIA’. De minister gaf te kennen dat hij voornemens was het wetsvoorstel eind 2019 bij de Tweede Kamer in te dienen. Hoewel het de Minister niet gelukt is het wetsvoorstel eind 2019 in te dienen, is het wetsvoorstel door de wetgever niet in de ijskast gezet. Op 25 juni 2020 heeft de Raad van State een officieel advies uitgebracht over het wetsvoorstel, waarna de Minister het wetsvoorstel in september 2020 aanhangig gemaakt.

Heeft u vragen over zieke werknemers, het re-integratietraject of de beoordeling van het re-integratieverslag door het UWV, dan kunt u contact opnemen met de advocaten van de sectie arbeidsrecht van KienhuisHoving.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ilse van der Woude