KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Vernieuwd inspectietoezicht

De Inspectie van Onderwijs (hierna: ‘de Inspectie’) houdt vanaf 1 augustus 2017 op een andere wijze toezicht op instellingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Maar wat gaat er voor de schoolinstellingen in de praktijk precies veranderen?

Het nieuwe toezichtskader van de Inspectie ziet voornamelijk op de manier van het beoordelen van schoolinstellingen. Schoolinstellingen worden jaarlijks door de Inspectie beoordeeld. Hierbij kan de Inspectie schoolinstellingen de beoordeling zeer zwak, onvoldoende of voldoende geven. Daarnaast kunnen schoolinstellingen ook het predicaat goed of excellent ontvangen.  

Doel van het vernieuwde inspectietoezicht

Het vernieuwde toezicht van de Inspectie sluit aan op de plannen in het regeerakkoord en op de initiatiefwet “Doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht”, die in het voorjaar van 2016 werd vastgesteld.

De Inspectie wil met het vernieuwde toezicht bijdragen aan beter onderwijs in Nederland. Door het vernieuwde toezicht wil de Inspectie schoolinstellingen (nog meer) stimuleren om het onderwijs te verbeteren. Het uitgangspunt van het vernieuwde toezicht daarbij is om schoolinstellingen met de beoordeling voldoende (of hoger) meer ruimte en waardering te geven. Hierbij heeft de Inspectie in het nieuwe toezichtskader meer aandacht voor de ambities van de school en de wijze waarop de school die ambities realiseert.

Het vernieuwde toezicht

In de kern komt het vernieuwde toezicht neer op een viertal grote veranderingen:

  1. Toezicht start bij het bestuur:

Omdat het bestuur (primair) verantwoordelijk is voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs, wordt er meer aansluiting gezocht bij de verantwoordelijkheden van besturen. Hierbij acht de Inspectie het van belang dat het toezicht meer op maat wordt toegepast: de Inspectie sluit zoveel mogelijk aan op de eigen ambities van de schoolbesturen en de schoolinstellingen. De nadruk komt hierbij te liggen op de beoordeling van de kwaliteitszorg door het bestuur en het schoolplan.

2. Waarborgen van het wettelijk kader en stimuleren van ambities:

In het vernieuwde toezicht is een onderscheid aangebracht tussen wettelijke en niet-wettelijke elementen, zoals vastgelegd in de wet Doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht. De tweedeling die wordt gemaakt is als volgt:

  • Onderwijs dat niet aan de wettelijke eisen voldoet. Er vindt handhaving plaats van de bij de wet geregelde deugdelijkheidseisen. Indien voldaan is aan de deugdelijkheidseisen, is het onderwijs van voldoende kwaliteit.
  • Invulling geven aan hogere (eigen) ambities van schoolinstellingen. Hierbij gaat de stimulerende rol van de inspectie uit van de eigen doelen van het bestuur.

Gelet op deze tweedeling, heeft de Inspectie extra stimulerende elementen opgenomen in het onderzoekskader. Zo geeft de Inspectie vaker feedback tijdens onderzoeken en wordt de school uitgenodigd om de onderzoeksdag te starten met een eigen presentatie.

3. Alle scholen worden vierjaarlijks bezocht, nu op verschillende manieren:

Voorop staat nog altijd het waarborgen van de basiskwaliteit van het onderwijs en het in de gaten houden van de risico’s. Hierbij wil de Inspectie schoolinstellingen stimuleren de onderwijskwaliteit te verbeteren. De Inspectie wil actief bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen en schoolinstellingen. Om die reden geeft de Inspectie in de (beoordelings)rapporten niet alleen aan op welke punten schoolinstellingen niet voldoen aan de wettelijke vereisten, maar geven ze ook aan welke goede praktijken de Inspectie bij de beoordeling heeft gezien.

4. Vervolgtoezicht is afhankelijk van de kwaliteitszorg van het bestuur:

De Inspectie wenst meer maatwerk te creëren en houdt zodoende minder toezicht waar dat kan, en meer waar het moet.

Onderzoekskader

Om de hiervoor genoemde onderdelen te kunnen realiseren heeft de Inspectie het onderzoekskader opnieuw ingericht. Het onderzoekskader van de Inspectie bestaat nu uit het waarderingskader en de werkwijze van de Inspectie. Ten aanzien van het waarderingskader staan er vijf kwaliteitsgebieden in het onderzoek centraal. Dit kader bestaat uit de volgende vijf kwaliteitsgebieden:

  1. Onderwijsresultaten
  2. Onderwijsproces
  3. Schoolklimaat
  4. Kwaliteitszorg en ambities
  5. Financieel beheer

 

Begrijpelijk is dat schoolinstellingen willen voorkomen dat zij vervolgtoezicht krijgen van de Inspectie. Hierover stelt de Inspectie echter in het nieuwe toezichtskader dat het toezicht nooit een reden voor schoolinstellingen mag zijn om onnodige risico’s te mijden, kansen aan jongeren te onthouden of leerlingen te weigeren die extra ondersteuning nodig hebben. Daarom kijkt de Inspectie met het vernieuwde toezicht naar de kansen die scholen aan leerlingen bieden en de manier waarop schoolinstellingen deze kansen realiseren.

Conclusie

Kortom, de Inspectie maakt gebruik van een geheel vernieuwd toezichtskader. De vraag blijft hoe dit nieuwe toezichtskader in de praktijk gaat functioneren. Vooralsnog lijkt het nieuwe toezichtskader, in de pilot, een positieve ontwikkeling op te leveren.

Mocht u vragen hebben over het vernieuwde toezicht of wenst u advies over de toepassing van het toezichtskader op uw schoolinstelling, neem dan gerust contact op. Bel of mail met: ilse.vanderwoude@kienhuishoving.nl (053 – 480 47 51).

Ilse van der Woude