KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Update 2 WNT: Verkenning uitbreiding reikwijdte WNT naar niet topfunctionarissen (de WNT-3)

Per 1 januari 2015 is de WNT-2 in werking getreden met een maximale bezoldigingsnorm van € 178.000,-. In het regeerakkoord is opgenomen dat deze norm niet alleen voor topfunctionarissen zou moeten gelden, maar voor alle medewerkers in de (semi-)publieke sector. Minister Plasterk heeft recent de Tweede Kamer middels een brief en een rapport op de hoogte gesteld van een verkenning die heeft plaatsgevonden ten aanzien van de invoering van WNT-3.

Inhoud verkenning
Met deze verkennende rapportage wordt allereerst beoogd zo goed mogelijk in beeld te brengen waar in de (semi)publieke sector niet-topfunctionarissen werkzaam zijn met een bezoldiging hoger dan de algemene WNT-norm van € 178.000. Daarnaast geeft de rapportage inzicht in achtergronden en verklaringen bij die bezoldigingen van niet-topfunctionarissen, en de bezwaren en risico’s die sectoren en instellingen zien bij het normeren ervan. Daarbij wordt zowel ingegaan op specifieke aspecten voor sectoren en instellingen, als meer algemene aandachtspunten die bij de verdere voorbereidingen van een voorstel van belang zijn. Er kunnen daarbij grofweg twee categorieën niet-topfunctionarissen met een bezoldiging hoger dan € 178.000 worden onderscheiden. Enerzijds de categorie “specialisten en unieke talenten” en anderzijds de categorie “algemene of functionele managers” onder het niveau van de topfunctionarissen in de desbetreffende organisaties. Nader zal moeten worden onderzocht of de eerste categorie niet-topfunctionarissen, gelet op de aard en het specifieke karakter van de tot die categorie behorende beroepsgroepen, onder de reikwijdte van de WNT-normering kunnen worden gebracht of op een andere manier moeten worden behandeld. Hierbij is ook van belang onderzoek te doen naar de handhaafbaarheid, mede gezien de potentiële ontwijkingsmogelijkheden van algemene regulering van deze categorie. Voor wat betreft de categorie “algemene of functionele managers” onder het niveau van de topfunctionarissen, die leiding geven aan een deel van de desbetreffende organisatie, geeft de rapportage vooralsnog geen aanleiding om een wezenlijk andere benadering te kiezen dan ten aanzien van topfunctionarissen die thans onder de reikwijdte van de normering vallen

Met name in de zorg en de wetenschap, maar bijvoorbeeld ook de culturele sector en bij de Publieke Omroep is sprake van niet-topfunctionarissen die (naar rato) meer verdienen dan de WNT-2-norm
€ 178.000. Het is verder gebleken dat het niet mogelijk is een representatief beeld te geven van het aantal en soort interim niet-topfunctionarissen (lees: niet in dienstbetrekking), die de norm overschrijden. Mogelijk wordt voor deze categorie buiten het bestek van de WNT gezocht naar een manier om de bezoldiging te maximeren.

Medisch specialisten niet in verkenning meegenomen
Volledigheidshalve wordt er in de rapportage op gewezen dat de medisch specialisten niet in de verkenning zijn meegenomen. Dat is in lijn met het bestuurlijke hoofdlijnenakkoord dat de minister van VWS heeft gesloten met maatschappelijke partners in deze sector, waarin is afgesproken dat de medisch specialisten niet onder de reikwijdte van de WNT worden gebracht.

Zorgen en bezwaren tegen WNT-3
Er zijn door de verschillende sectoren en instellingen zorgen en bezwaren geuit ten aanzien van WNT-3. Deze zorgen zien onder andere op contractsvrijheid, snelle opeenvolging van wetswijzigingen, balans in het loongebouw, de invulling van functies en omzeilingsconstructies. De bevindingen in deze verkenning zullen samen met de wetsevaluatie en de WNT-jaarrapportage over 2014 (december 2015) worden betrokken bij het wetsvoorstel voor WNT-3. De inwerkingtreding van de WNT-3 is beoogd per 1 januari 2017.

 

Delen op