U krijgt een brief dat u (mogelijk) moet aansluiten bij een bpf. Wat staat u te doen?

Geplaatst op 21 november 2017 08:52 door Niels Vuik

Het heeft weinig zin om de brief van het bpf naast u neer te leggen en niet te reageren. Als u eenmaal in het vizier van het bpf bent, zal het bpf u blijven benaderen. Dit kan uiteindelijk uitmonden is een ‘ambtshalve’ premienota van het bpf, die alleen nog via een gerechtelijke procedure kan worden bestreden.

Wij hebben aan de hand van rechtspraak onderzocht wat enerzijds van het bpf en anderzijds van de werkgever wordt verwacht in een discussie over wel of niet moeten aansluiten. Het daarover verschenen artikel vindt u hier. In dat artikel gaat het over de “regels van het spel” in een gerechtelijke procedure. Die regels kunnen echter ook worden toegepast voorafgaand aan een procedure.

Een vuistregel is dat des te onzekerder het is dat een onderneming onder de verplichtstelling van het bpf valt, des te meer het bpf naar voren zal moeten brengen over het waarom het bpf van mening is dat de onderneming wel moet aansluiten bij het bpf. Dit bepaalt ook hoe u het beste kunt reageren op een aansluitingsbrief van het bpf. Daarin zijn een aantal stappen te onderscheiden:

Stap 1: valt de onderneming onder de verplichtstelling?

Beoordeel eerst in grote lijnen voor uzelf of u vindt dat uw onderneming werkzaamheden verricht of betrokken is bij werkzaamheden die zijn beschreven in het verplichtstellingsbesluit van het bpf.

NB: meestal stuurt het bpf dat besluit niet mee, maar u kunt hier de meest recente verplichtstellingsbesluiten van alle bpf-en vinden.

Grofweg zijn er dan drie antwoorden mogelijk:

  1. ja, de onderneming zou best eens onder het bpf kunnen vallen;
  2. het is onzeker of de onderneming onder het bpf valt; en
  3. nee, de onderneming verricht geheel andere activiteiten.

      
Stap 2: op grond waarvan vindt het bpf dat de onderneming moet aansluiten?

Bestudeer de brief van het bpf. Waarom vindt of denkt het bpf dat u bij hen moet aansluiten? Heeft het bpf alleen in de KvK gekeken, bijvoorbeeld of u een bepaalde SBI-code heeft? Of heeft het bpf ook uw website, brochures, nieuwsbrieven bekeken? Mogelijk zijn er ook gesprekken gevoerd met werknemers, klanten en/of leveranciers van de onderneming en verwijst het bpf hiernaar.

Stap 3: sluit het antwoord in stap 1 aan bij de onderbouwing van het bpf?

Schat u zelf ook in dat de onderneming onder de werkingssfeer valt, dan zal een rechter dat waarschijnlijk ook doen. Het bpf kan dan volstaan met een minder uitputtende onderbouwing.

Hangt het erom of de onderneming onder de werkingssfeer valt, dan zal in de regel het bpf een redelijk vermoeden moeten kunnen laten zien dat de onderneming moet aansluiten. Alleen een verwijzing naar bijvoorbeeld de KvK is dan vaak onvoldoende.

Vindt u dat de onderneming niet bij het bpf hoort, maar vindt het bpf van wel? Dan zal het bpf stevig moeten onderbouwen waarom de onderneming toch bij het bpf hoort aan te sluiten.

Stap 4: uw reactie aan het bpf

Zoals gezegd heeft het niet veel zin om niet te reageren. U wilt echter wel zoveel mogelijk de regie in handen houden over wel of niet moeten aansluiten. Wat uw reactie dan zal zijn is sterk afhankelijk van de antwoorden in de vorige stappen.

Zou het goed kunnen dat de onderneming moet aansluiten en heeft het bpf daarvoor ook voldoende naar voren gebracht? Dan is meestal het winnen van tijd belangrijk. Heeft het bpf amper tot niet onderbouwd waarom uw onderneming onder het verplichtstellingsbesluit valt, dan kunt u enkel vragen naar een nadere onderbouwing. Legt het bpf echter meer feiten aan zijn stelling ten grondslag, dan moet uw eerste reactie ook uitgebreider zijn. Ondertussen gaat u in uw onderneming heel precies na hoeveel uur/omzet/loonsom u aan de bedrijfsactiviteiten besteedt die onder de verplichtstelling vallen, zodat u daarna met name de vraag onder stap 1 preciezer kunt beantwoorden.

De lastige situaties zijn de situaties waarin het niet op voorhand duidelijk is of de onderneming bij het bpf moet aansluiten. Ook dan is het vaak goed om de bal bij het bpf (terug) te leggen. Vraag om een nadere onderbouwing of geef - bij een uitgebreidere uiteenzetting van het bpf - een meer beargumenteerde reactie. Ondertussen gaat u voor uzelf nauwkeurig na of de onderneming bij het bpf zou moeten aansluiten of niet (stap 1).

Hoort de onderneming waarschijnlijk niet onder de werkingssfeer van het bpf? Onderbouw dan waarom het bpf het (volgens u) bij het verkeerde eind heeft. Daarmee maakt u het het bpf lastig: niet alleen moet het bpf dan zelf zijn onderbouwing goed voor elkaar hebben, het bpf moet ook nog eens uw onderbouwing ontkrachten.