KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Rechterlijke toetsing van algemeen belang besluiten

Op verzoek van het Tijdschrift Mededingingsrecht in de Praktijk heb ik een artikel geschreven over de jurisprudentie ten aanzien van zogenoemde algemeen belang besluiten. Een algemeen belang besluit leidt ertoe dat overheidsorganen de gedragsregels uit hoofde van de Wet markt en overheid niet hoeven na te leven.

De gedragsregels zijn in 2012 geïntroduceerd om oneerlijke overheidsconcurrentie te voorkomen. Na het verstrijken van de overgangsperiode (op 1 juli 2014) vermoedden velen dat veel overheidsorganen (en dan met name gemeenten) veelvuldig een beroep op deze uitzonderingsmogelijkheid deden. Wanneer overheidsorganen van mening zijn dat een bepaalde economische activiteit (zoals de verhuur van sportaccommodatie) in het algemeen belang is (bijvoorbeeld omdat deelname aan sporten voor een ieder toegankelijk moet zijn), kan een beroep op de algemeen belanguitzondering worden gedaan. Als gevolg daarvan hoeft een overheidsorgaan bijvoorbeeld de gedragsregel tot doorberekening van de integrale kostprijs ten aanzien van die economische activiteit niet meer in acht te nemen.

Uit de evaluatie van de Wet markt en overheid in 2015 bleek dat het vermoeden gerechtvaardigd was. Aangezien dergelijk algemeen belangbesluiten wel degelijk in een behoefte voorzien, maar tegelijkertijd voorkomen moet worden dat overheidsorganen daar misbruik van maken, kondigde de wetgeven aan de totstandkoming van algemeen belangbesluiten dwingender te regelen. In september 2017 publiceerde de wetgever een ontwerp daarover ter consultatie. Tot een wetsvoorstel is het overigens nog niet gekomen.

In de tussentijd heeft de rechtbank Rotterdam een diverse beroepszaken een beoordelingsstandaard ontwikkeld. Aan de hand daarvan beoordeelt de rechtbank de totstandkoming van algemeen belangbesluiten. In slechts één van de aan haar voorgelegde beroepszaken haalde het algemeen belangbesluit de eindstreep; in de overige negen beroepszaken niet. De rechtbank Rotterdam constateerde veelvuldig dat de beoordeelde algemeen belangbesluiten eerder op aannames dan op feiten zijn gebaseerd.

Hoewel de rechtbank Rotterdam een heldere beoordelingsstandaard heeft ontwikkeld, blijft een wetswijziging mijns inziens van toegevoegde waarde. Enerzijds, omdat uitspraken van andere rechtbanken een minder inhoudelijke toetsing laten zien en anderzijds, omdat van potentieel benadeelde ondernemers niet verwacht mag worden om in voorkomend geval een lange juridische procedure te starten.

Ik heb overigens nog wel een wens. Deze wens luidt dat de toezichthouder op de naleving van de Wet markt en overheid (de ACM) de bevoegdheid krijgt om ambtshalve te toetsen of een bepaalde economische activiteit van een overheidsorgaan daadwerkelijk in het algemeen belang is. Aldus kan misbruik van goed gemotiveerde algemeen belangbesluiten worden voorkomen.

Artikel Tijdschrift Mededingingsrecht