KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Raad van State adviseert over Spoedwet aanpak stikstof

Op 26 november 2019 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State geadviseerd over de Spoedwet aanpak stikstof. De Afdeling is een belangrijke adviseur van de regering.

De spoedwet bevat maatregelen die op korte termijn moeten zorgen voor een daling van de stikstof die neerdaalt op kwetsbare natuurgebieden. Zo hoopt de regering de bouw weer op gang te krijgen. Die maatregelen zijn:

- een verlaging van de maximumsnelheid naar 100 km/h overdag op snelwegen;
- een drempelwaarde voor kleine bouwprojecten;
- een stikstofregistratiesysteem, en;
- het aanpassen van veevoer voor runderen.

De Afdeling vindt dat de spoedwet onvoldoende inzicht geeft in wat nodig is om de stikstofproblemen aan te pakken. Ook laat de wet volgens de Afdeling te weinig zien welke verbeteringen elke maatregel afzonderlijk levert aan die problemen. Kort gezegd komt het er op neer dat de spoedwet beter moet worden onderbouwd. Dat kan alleen als per maatregel met een onderzoek wordt aangetoond dat die maatregel ook helpt.

Drempelwaarden

Een drempelwaarde is een norm. Blijft de uitstoot van stikstof onder die norm, dan mag het project doorgaan. Het is dus een soort vrijstelling. Het gebruik van drempelwaarden is volgens de Afdeling mogelijk. Ze moeten dan wel voldoen aan de Europese regels van de Habitatrichtlijn. Dat betekent dat per project met een ecologisch onderzoek duidelijk moet worden hoeveel stikstof van dat project op een kwetsbaar natuurgebied neerdaalt. Ook moet duidelijk worden welke gevolgen die stikstof voor de natuur in dat gebied heeft. Als blijkt dat de stikstof de natuur in dat gebied kan aantasten, dan moeten maatregelen worden genomen. Die maatregelen moeten ervoor zorgen dat de natuur niet meer wordt aangetast.

Wordt de natuur toch aangetast, dan moet duidelijk worden welke negatieve gevolgen voor de natuur optreden. Een project kan dan alleen nog maar doorgaan als daarvoor dwingende redenen van groot openbaar belang zijn en er geen alternatieven bestaan. De bouw kan zo’n dwingende reden zijn. Dat moet dan wel goed worden onderbouwd. Er moeten dan ook maatregelen worden genomen die de aangetaste natuur compenseren.

Het invoeren van een drempelwaarde is daarom in veel gevallen moeilijk en onhaalbaar. Op korte termijn verwacht de Afdeling er dan ook niets van.

Depositieregister

De Afdeling heeft ook twijfels over het stikstofregister. Het is niet duidelijk hoe het register in de praktijk gaat werken. Ook is het effect van het register niet duidelijk. Dat komt onder andere doordat er nog geen regels voor het register zijn gemaakt. Dan is ook niet bekend hoe het eruit gaat zien.

De maatregelen in de wet moeten ervoor zorgen dat de bouw stikstof mag uitstoten zonder dat de natuur in gevaar komt. De Afdeling verwacht dat de stikstof die nog mag worden uitgestoten moeilijk te bepalen is, zeker als het gaat om maatregelen als de verlaging van de maximum snelheid.

Veevoer

De aanpassing van veevoer gebeurt door minder eiwitten aan dat voer toe te voegen of slecht verteerbare eiwitten uit het voer weg te laten. De Afdeling vindt dat niet duidelijk is met hoeveel de stikstofuitstoot door het aanpassen van het voer, daalt. De Afdeling vraagt zich af of deze maatregel wel nodig is en of daarmee ook werkelijk een lagere uitstoot van stikstof ontstaat. Ook vraagt de Afdeling zich af of er geen andere maatregel is waarmee hetzelfde effect kan worden bereikt.

Conclusie

De regering doet er alles aan om de stikstofdepositie op korte termijn te laten dalen. De maatregelen die in de Spoedwet aanpak stikstof zijn opgenomen missen de nodige onderbouwing. Daardoor is het niet zeker dat met deze maatregelen het gewenste effect wordt bereikt en of daarmee de bouw wordt vlot getrokken. De Afdeling wijst de regering op het belang van ecologische onderzoeken als onderbouwing voor het toepassen van drempelwaarden. Als die onderzoeken er niet komen dan bestaat er een kans dat ook deze maatregelen door de rechter worden afgeschoten. Daarnaast denkt de Afdeling dat de maatregelen op de korte termijn geen oplossing brengen.

 Erik Averdijk

 

Share on