KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Prejudiciele vraag over slapende dienstverbanden

Vier gelijke situaties, twee uiteenlopende rechtelijke uitspraken. Dat is de huidige stand van zaken omtrent de rechtspraak over slapende dienstverbanden. Inzet is de vraag of het in stand laten van een slapend dienstverband een werknemer ‘recht’ geeft op de transitievergoeding. Wanneer bestaat dit recht wel en wanneer niet?

Zoals bekend bestaat veel discussie over de vraag of een zieke werknemer na 2 jaar ziekte ‘recht’ kan hebben op een transitievergoeding bij een ‘slapend dienstverband’. Inmiddels hebben vier rechters zich uitgesproken over deze vraag. De uitspraken in deze zaken vindt u hieronder:

De uitspraken zijn tegenstrijdig. Deze situatie was aanleiding voor de kantonrechter te Roermond in de meest recente kwestie om een zogenaamde ‘prejudiciële vraag’ te stellen aan de Hoge Raad (ECLI:NL:RBLIM:2019:3331). Een prejudiciële vraag is een vraag die een rechter aan de Hoge Raad kan stellen om een kwestie te beslechten die aan de orde is in vele op dat moment bestaande geschillen.

Voornoemde uitspraken delen met elkaar dat sprake was van een werknemer die een IVA-uitkering ontving na meer dan 104 weken wegens ziekte uitgevallen te zijn voor werk. Vervolgens werd het dienstverband van werknemer ‘slapend gehouden’. In twee van de vier genoemde gevallen speelde dat de werknemer binnenkort geen recht meer zou hebben op de transitievergoeding wegens het bereiken van de AOW-leeftijd. In alle gevallen verzocht de werknemer de ontbinding, dan wel een verplichting tot opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever met toekenning van (een vergoeding ter hoogte van) de transitievergoeding. Toch werd verschillend geoordeeld door de rechters.

Tot slot

Naar verwachting zal de Hoge Raad over 6 tot 12 maanden de prejudiciële vraag beantwoorden. Wij houden u uiteraard op de hoogte. Heeft u vragen hierover? Bel of mail met: Christian Mutlu (053 - 480 4216).