KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Pensioendoelstelling vermogensbeheersbeheerovereenkomst: Wees duidelijk!

Onlangs werd een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam (het “Hof”) van 16 december 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:5448) gepubliceerd, waarin het Hof oordeelde dat uit de vermogensbeheerovereenkomst onvoldoende bleek van een pensioendoelstelling. Daarom kon ook in het midden blijven of de wijze waarop de vermogensbeheerder het vermogen had beheerd al dan niet met een pensioendoelstelling in overeenstemming was.

Een vermogensbeheerder is een financiële dienstverlener, die door een cliënt wordt gevolmachtigd om namens die cliënt en met betrekking tot diens vermogen effectentransacties te verrichten. Indien vervolgens het beheerde vermogen niet conform de verwachting van de cliënt toeneemt, of zelfs afneemt, komt het wel eens voor dat de cliënt de vermogensbeheerder aanspreekt wegens schending van haar zorgplicht. Die zorgplicht houdt onder meer in dat een vermogensbeheerder het vermogen van zijn cliënt zal beheren als een goed opdrachtnemer. Dit betekent dat in ieder geval de doelstellingen van de cliënt – zoals weer te geven in de beheerovereenkomst – in acht moeten worden genomen. 

In de casus die ten grondslag ligt aan de uitspraak van het Hof stelden de vermogensbeheercliënten dat de vermogensbeheerder hun vermogen had beheerd conform een beheer dat strijdig was met, onder meer, de pensioendoelstelling van cliënten. Het Hof was echter van oordeel dat uit de overeenkomst niet duidelijk bleek van een pensioendoelstelling. Ook bleek niet uit de verstrekte gegevens dat cliënten toen zij de overeenkomsten aangingen voor hun levensonderhoud van de belegde gelden afhankelijk waren of binnen afzienbare tijd voor hun pensioen van de rendementen afhankelijk zouden zijn. Ten slotte bestond er, gelet op de leeftijd van de cliënten en de beleggingshorizon, geen aanleiding om aan te nemen dat zij binnenkort met pensioen zouden gaan en dan afhankelijk zouden zijn van inkomsten uit de beleggingsportefeuille. 

Het is dus in ieder geval van belang om de pensioendoelstelling, zo de cliënt die heeft, duidelijk in de vermogensbeheerovereenkomst (de asset management agreement) op te nemen. Indien namelijk wel duidelijk is dat het te beleggen vermogen is bestemd voor de pensioenvoorziening, zal de asset allocatie – de wijze waarop de vermogensbestanddelen zullen worden belegd - daarop afgestemd moeten zijn. In de regel betekent dat dat de vermogensbeheerder bij een pensioendoelstelling meer behoudend zal moeten beleggen dan wanneer geen sprake is van een pensioendoelstelling. Uit de uitspraak van het Hof blijkt overigens wel dat het begrip behoudend geen vaste betekenis heeft in de regelgeving of de markt, dus ook per geval weer concreet zal moeten worden ingevuld. 

Neemt u voor vragen over dit onderwerp contact op met Diana Gunckel, advocaat Banking & Finance, of Ruud Derksen, advocaat Pensioenrecht, tevens leden van de Branchegroep Pensioenservices

 

Delen op