Pandrecht op assurantieportefeuille, of toch niet?

Op 6 december jl. heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de vraag of een pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (ECLI:NL:HR:2019:1909). Volgens de Hoge Raad is de assurantieportefeuille geen goed in de zin van artikel 3:1 van het Burgerlijk Wetboek en derhalve niet vatbaar voor verpanding.

Feiten

In deze zaak was sprake van een kredietovereenkomst tussen een assurantiekantoor en een bank, waarbij de schriftelijke kredietovereenkomst tevens fungeerde als pandakte. Op enig moment is het assurantiekantoor in staat van faillissement verklaard, waarna de curator onder meer de assurantieportefeuille en de hieraan verbonden goodwill heeft verkocht aan een derde. De bank vordert in eerste aanleg een verklaring voor recht dat zij een rechtsgeldig pandrecht heeft verkregen op de assurantieportefeuille en afdracht van de opbrengst die de curator heeft behaald met de verkoop ervan (tot maximaal de uitstaande vordering van de bank onder de kredietovereenkomst). De rechtbank heeft overwogen dat geen pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille en heeft de vorderingen van de bank daarom afgewezen.

Wat is een assurantieportefeuille?

Tot een assurantieportefeuille behoren de samenwerkingsovereenkomsten die een assurantietussenpersoon heeft gesloten met verzekeraars en de overeenkomsten van opdracht die hij heeft gesloten met zijn cliënten, alsmede de goodwill bestaande in de verwachting dat de cliënten verzekeringsovereenkomsten die zij in de toekomst willen sluiten, via deze assurantietussenpersoon zullen sluiten.

Verpanding

Op grond van artikel 3:227 lid 1 en artikel 3:228 van het Burgerlijk Wetboek kan op alle niet-registergoederen die voor overdracht vatbaar zijn, een pandrecht worden gevestigd. Voor de mogelijkheid tot het vestigen van een pandrecht op een assurantieportefeuille is dus in de eerste plaats vereist dat een assurantieportefeuille is aan te merken als een goed.

Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.  Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Vermogensrechten zijn onder meer rechten die, afzonderlijk of samen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.

Overwegingen Hoge Raad

Ook de Hoge Raad oordeelt dat een assurantieportefeuille niet vatbaar is voor verpanding en overdracht. Daartoe overweegt zij dat slechts individuele zaken of vermogensrechten als goed kunnen worden aangemerkt. Het samenstel van overeenkomsten en goodwill dat wordt aangeduid als een assurantieportefeuille is geen individuele zaak of individueel vermogensrecht, ook al wordt het in het economisch verkeer als eenheid beschouwd. Een assurantieportefeuille is derhalve geen goed, waardoor hij niet vatbaar is voor overdracht of verpanding.

Wet op het financieel toezicht

De strekking van artikel 4:103 lid 4 van de Wet op het financieel toezicht – dat bepaalt dat een verzekeraar aan een verzoek van een bemiddelaar tot overdracht van diens portefeuille in beginsel moet meewerken – leidt volgens de Hoge Raad niet tot een ander oordeel. Deze bepaling heeft niet het oog op overdracht in goederenrechtelijke zin, maar slechts op het overdragen van de positie van de assurantietussenpersoon in het samenstel van overeenkomsten en goodwill.

Praktische benadering

De bank voerde, tevergeefs, aan dat in de praktijk behoefde bestaat aan de mogelijkheid van verpanding van een assurantieportefeuille omdat (i) dit de financierbaarheid van de activiteiten van een assurantietussenpersoon ten goede komt, (ii) een assurantieportefeuille in de bancaire praktijk regelmatig als onderpand dient voor financiering en (iii) dat het recht de economische werkelijkheid moet volgen. De Hoge Raad gaat echter niet mee in dit betoog, aangezien verpandbaarheid van een samenstel van overeenkomsten en goodwill niet past in het wettelijke stelsel van het goederenrecht.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Geldverstrekkers zoals een bank verliezen met deze uitspraak een zekerheidsrecht dat ze dachten te hebben in de vorm van een pandrecht op de assurantieportefeuille. Dit kan met zich mee brengen dat het lastiger wordt om een financiering te krijgen, aangezien de assurantieportefeuille daar niet meer als zekerheid tegenover kan worden gesteld. Dit neemt overigens niet weg dat nog altijd een pandrecht kan worden gevestigd op afzonderlijke delen van de assurantieportefeuille, namelijk de bestaande en toekomstige vorderingsrechten die uit de overeenkomsten die tot die portefeuille behoren voortvloeien. Daarnaast kan bij overname van afzonderlijke onderdelen van de assurantieportefeuille de goodwill nog steeds in de overnameprijs worden meegenomen.

Conclusie

Alles overwegende is de assurantieportefeuille nog steeds waardevol. In de eerste plaats omdat nog altijd een pandrecht kan worden gevestigd op afzonderlijke delen van de assurantieportefeuille, namelijk de bestaande en toekomstige vorderingsrechten die uit de overeenkomsten die tot die portefeuille behoren voortvloeien. Daarnaast kan bij overname van afzonderlijke onderdelen van de assurantieportefeuille de goodwill nog steeds in de overnameprijs worden meegenomen. Echter, met de uitspraak van de Hoge Raad heeft de assurantieportefeuille zijn waarde als zelfstandig zekerheidsobject verloren.

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Jeroen Gerritsma of Laura Huijsman.