KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Ontstentenis of belet van de bestuurder-rechtspersoon

De statuten van een B.V. bevatten regels voor de afwezigheid van een bestuurder, ontstentenis of belet geheten. Deze kunnen in een samenwerkingsverband ook verhinderen dat de opvolger automatisch medebestuurder wordt.

Bestuurders van B.V. of N.V.  zijn niet eenvoudigweg "afwezig". Voor hun gelden regels bij ontstentenis of belet. Naar aanleiding van een recente uitspraak wordt hierop ingegaan.  

Wanneer is er sprake van ontstentenis of belet ?

 De begrippen ontstentenis en belet worden in de regel niet dagelijks gebruikt. Duidelijk zal moeten zijn wat hieronder wordt verstaan. De wet noemt ontstentenis of belet als verschillende situaties, maar werkt deze niet uit. In het algemeen geldt het volgende. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat, door bijvoorbeeld aftreden, ontslag of overlijden van de bestuurder. Er is sprake van belet als de bestuurder zijn functie tijdelijk niet kan of mag uitoefenen, bijvoorbeeld bij schorsing, ziekte of afwezigheid. In statuten kan nader worden aangegeven wanneer sprake is van belet.

 Statuten

 De wet verplicht de B.V. en N.V. een regeling te treffen in de statuten voor ontstentenis of belet. De activiteiten van de rechtspersoon moeten immers doorgang kunnen vinden. Een gebruikelijke regeling is dat in die situaties de overige bestuurder(s) met het besturen belast zijn. Bij ontstentenis of belet van alle bestuurders, komt vaak voor dat de algemene vergadering een persoon kan aanwijzen.

Ontstentenis of belet bij de bestuurder-rechtspersoon

Een bestuurder kan zowel een natuurlijke persoon als rechtspersoon zijn.  Van een natuurlijk persoon zal vast te stellen zijn of sprake is van een situatie van ontstentenis of belet, bijvoorbeeld door overlijden of vermissing.

Bij een rechtspersoon als bestuurder ligt dat anders. Deze wordt uiteindelijk vertegenwoordigd door een natuurlijk persoon. Die persoon kan zijn overleden of vermist zijn. Maar de rechtspersoon zelf niet. Als daar in het bestuur weer wordt voorzien, bijvoorbeeld door de beoogde opvolger, lijkt geen sprake te kunnen zijn van ontstentenis of belet. In die hierna vermelde uitspraak is dat echter anders.

Uitspraak: ontstentenis of belet werkt dóór en kan opvolger uitsluiten

In een recente uitspraak van Gerechtshof Den Haag is de casus als volgt. X B.V. en Y B.V. zijn de aandeelhouders en bestuurders van Z B.V. De heer X is bestuurder van X B.V. en overlijdt.
De statuten bepalen dat de overblijvende bestuurder of bestuurders bij ontstentenis of belet met het bestuur belast zijn. Een erfgenaam van X, mevrouw A, wordt als opvolger benoemd tot nieuwe bestuurder van X B.V. Daarmee lijkt geen ruimte te zijn voor ontstentenis of belet in het bestuur van Z B.V. Tussen X B.V. en Y B.V. ontstaan echter geschillen die uiteindelijk bij het Gerechtshof belanden.

Het Gerechtshof overweegt echter het volgende. Bij de uitleg van statuten is de tekst van belang. De uitleg van het rechtsgevolg moet daarnaast aannemelijk zijn. Het Gerechtshof constateert dat de samenwerking in Z B.V. een sterk persoonlijk karakter had. De statuten van Z B.V. bevatten naast regelingen over ontstentenis en belet een zogeheten aanbiedingsplicht bij “change of control”. X B.V. moet als gevolg van het overlijden van X haar aandelen in Z B.V. aanbieden. Daarbij past volgens het Gerechtshof niet, dat de mede-aandeelhouder dan een “een vreemde compagnon” als mede-bestuurder krijgt. Y B.V. is aldus vanaf het overlijden van X als enige met het bestuur belast.

Conclusie

De uitspraak is enigszins verrassend en had naar mijn mening ook anders kunnen luiden. In ieder geval blijkt dat  over ontstentenis en belet eenvoudig discussie kan ontstaan. Als persoonlijke verhoudingen in de samenwerking een grote rol spelen, zijn de statuten de aangewezen plaats om te verduidelijken wanneer sprake is van ontstentenis en belet en welke rol opvolgers kunnen vervullen.

Matthijs van Rozen

 

Delen op