KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Ontslagbescherming bestuurder stichting gaat vervallen

Op 13 februari 2019 heeft Minister Dekker de Tweede Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel 'Wet bestuur en toezicht rechtspersonen' naar de Tweede Kamer gestuurd. De belangrijkste wijziging is de invoeging van het nieuwe artikel 298a in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat betrekking heeft op de ontslagbescherming van een bestuurder van een stichting. Aangezien in de zorg ondernemingen veelal in stand worden gehouden door een stichting, zal dit met name ook in de zorgsector merkbaar worden.

Het Wetsvoorstel bestuur en toezicht kent al een lange voorgeschiedenis en heeft als doel de spelregels voor bestuur en toezicht bij rechtspersonen zoals een vereniging, stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij te verduidelijken. Voor NV’s en BV’s bevat de wet al duidelijke regels op dit vlak, voor andersoortige rechtspersonen was dat niet of minder het geval. Een onderdeel van het wetsvoorstel is dat de werkgever de arbeidsovereenkomst van de bestuurder van een stichting rechtsgeldig kan opzeggen zonder instemming van de bestuurder en/of zonder voorafgaande toetsing door de rechter. De rechtspositie van de bestuurder van een stichting wordt hiermee in overeenstemming gebracht met die van een bestuurder van een BV of NV. De ratio hiervan is dat recht wordt gedaan aan het belang van de rechtspersoon om bestuurd te worden door personen die het vertrouwen genieten van het orgaan dat voor de samenstelling van het bestuur verantwoordelijk is (vgl. Kamerstukken II, 34.491 nr. 3, p. 18), lees de Raad van Toezicht. Dat zou voor een stichting niet anders moeten zijn dan voor een BV of een NV. Mocht dat vertrouwen komen te vervallen, dan moet het mogelijk zijn zowel het vennootschapsrechtelijke als het arbeidsrechtelijke ontslag te realiseren. Dit betekent aldus dat ook voor de stichtingsbestuurder minder ontslagbescherming gaat ontstaan omdat de arbeidsovereenkomst niet langer door de rechter hersteld kan worden. De Nota van Wijziging met daarin het nieuwe artikel 2:298a BW maakt duidelijk dat, ongeacht de wijze waarop het ontslag wordt gerealiseerd, de rechter het herstel van de arbeidsovereenkomst niet kan uitspreken.

Artikel 2:298a BW luidt als volgt:

Artikel 298a

  1. Een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de stichting en de bestuurder kan door de rechter niet worden uitgesproken.
  1. Het in het voorgaande lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op commissarissen.”

 

Kortom, wanneer de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen van kracht is, verliezen (ook) stichtingsbestuurders hun (preventieve) ontslagbescherming. Let wel, dit laat onverlet dat de stichting (veelal de Raad van Toezicht) in arbeidsrechtelijke zin wél een redelijke grond moet hebben voor het ontslag van de bestuurder. De stichting moet kunnen onderbouwen dat het verlies aan vertrouwen een redelijke ontslaggrond oplevert (veelal de g- en/of de h-grond). Ook de vennootschapsrechtelijke spelregels rondom het ontslag van de bestuurder dienen in acht te worden genomen (bijvoorbeeld de juiste oproeping voor de vergadering Raad van Toezicht, de hoorplicht). Indien dat niet gebeurt, is het ontslagbesluit van de Raad van Toezicht mogelijk vernietigbaar.

Het is nog niet duidelijk wanneer de wet van kracht wordt (naar verwachting 1 januari 2020) maar ook nu al geldt dat indien de spelregels rondom het ontslag van een bestuurder niet in acht worden genomen, dit grote financiële gevolgen kan hebben (billijke vergoeding).

Laat u dus vooral tijdig adviseren!

Voor vragen kunt u contact opnemen met Yvonne Nijhuis.