KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Omzetting van rechtspersonen, ook voor kerkgenootschappen mogelijk ?

Privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals bijvoorbeeld stichtingen, verenigingen of B.V.’s, kunnen zich omzetten in een andere rechtsvorm. Omzetting van een kerkgenootschap in een privaatrechtelijke rechtsvorm, zoals een stichting of vereniging, of andersom, is onder voorwaarden ook mogelijk.

Iedere rechtspersoon bedient zich van een rechtsvorm, zoals de stichting, vereniging, B.V. of coöperatie. De wet kent de mogelijkheid door omzetting die rechtsvorm te veranderen. Het grote voordeel van omzetting is dat de rechtspersoon zelf in stand blijft. Het vermogen ondergaat ook geen wijziging. Er vindt geen overdracht of overgang van vermogen plaats. 

Kerkgenootschappen

Naast de hiervoor genoemde privaatrechtelijke rechtspersonen merkt de wet ook kerkgenootschappen als rechtspersoon aan. Kerkgenootschappen richten zelf hun organistatie in (statuut), dat uiteraard niet in strijd met de wet mag zijn. De Hoge Raad gaf onlangs duidelijkheid over de vraag of het mogelijk is een kerkgenootschap in een stichting om te zetten.

Voorwaarden voor omzetting: besluit en akte

Een besluit tot omzetting kent meerdere onderdelen:

- het besluit tot omzetting, genomen met een 9/10 meerderheid;

-het besluit tot statutenwijziging, genomen volgens de daarvoor geldende regels.

De omzetting vindt plaats bij notariële akte waarin de nieuwe statuten zijn opgenomen. Bij omzetting van of in een vereniging, coöperatie, B.V. of N.V. moet uiteraard een regeling worden getroffen voor de positie van de leden respectievelijk aandeelhouders.

Machtiging rechtbank bij omzetting stichting

Bij omzetting van of in een stichting is rechterlijke machtiging vereist. Hiervoor wordt een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. Het verzoekschrift wordt ingediend nadat intern de besluitvorming is doorlopen. De rechter toetst in ieder geval of de belangen van iedereen voldoende zijn in acht genomen.

Vermogensklem bij omzetting van een stichting


Bij omzetting van een stichting in een andere rechtsvorm geldt nog een aandachtspunt. Een stichting is een doelvermogen, het vermogen is voor een bepaald doel tot stand gebracht. Het is onwenselijk dat dit vermogen vervolgens na omzetting aan bijvoorbeeld leden of aandeelhouders kan worden uitgekeerd. Het vermogen van voorheen de stichting mag slechts voor het oorspronkelijke doel gebruik (blijven) worden. Dit moet blijken uit de statuten. Alleen met toestemming van de rechter mag dit vermogen anders bestreed worden.

Omzetting van of in een kerkgenootschap

Een kerkgenootschap wil zich omzetten in een stichting. De rechtbank stelt hiervoor zogeheten prejudiciële vragen (uitleg van een rechtsregel) aan de Hoge Raad.

De vragen luiden samengevat als volgt:
1. Is omzetting van een kerkgenootschap in een privaatrechtelijke rechtspersoon mogelijk ?
2. Is alleen omzetting van een kerkgenootschap in een stichting mogelijk of kan ook een andere rechtsvorm zich omzetten in een kerkgenootschap ?
3. Hoe ver gaat het onderzoek van de rechter naar de besluitvorming binnen het kerkgenootschap, aangezien kerkgenootschap worden geregeerd door hun eigen statuut ?

De eerste twee vragen worden gecombineerd beantwoord: omzetting van een kerkgenootschap in een andere rechtsvorm (en omgekeerd) is mogelijk. Overigens liggen de stichting en vereniging hierbij het meest voor de hand als rechtsvorm.

Bij de derde vraag wordt aangegeven dat de rechter inmenging in geloofskwesties moet zien te vermijden. Een dergelijke discussie kan een grond zijn om machtiging te onthouden. De vermogensklem is eveneens bij omzetting van een stichting in een kerkgenootschap van toepassing. Als geen rechterlijke machtiging vereist is, bijvoorbeeld bij omzetting in een vereniging, zal de notaris nader onderzoek naar de besluitvorming moeten doen.

Bij omzetting is de voorbereiding van belang

De uitspraak betekent een uitbreiding van de mogelijkheden voor omzetting. Het traject van omzetting kent echter veel haken en ogen, dat een goede en tijdige voorbereiding vereist.

Matthijs van Rozen

Hoge Raad, 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:114