KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Nieuw procesrecht voor het ambtenarenrecht

Met de Wnra maakt het ambtenarenrecht niet langer onderdeel uit van het bestuursrecht, maar van het privaatrecht. Daardoor verdwijnt in het nieuwe ambtenarenrecht het gehele Awb-besluitvormings- en rechtsbeschermingsstelsel.

Op hoofdlijnen wijzigen hierdoor de volgende elementen:

  • Besluit
  • Actieve rechter
  • De zoektocht naar de formele waarheid
  • Vrije bewijsleer
  • ‘Bezwaar- en beroep’ in drie gerechtelijke instanties
  • Proceskostenveroordeling

Een aantal van deze wijzigingen wordt kort aangestipt.

Besluit

De kern van het oude ambtenarenrecht was: ‘Zonder besluit geen rechtsgevolg en zonder bezwaar en beroep geen rechtsbescherming’. Deze vuistregel werd ingegeven door de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Anders gezegd: een ambtenaar kon pas ‘bezwaar’ maken tegen een beslissing met betrekking tot zijn rechtspositie indien sprake was van een ‘besluit’ door de overheid.

Met de Wnra geldt procesrechtelijk niet langer de Awb maar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.). Dus van bestuursrecht naar privaatrecht. Het centrale begrip dat in essentie invulling gaf aan het gehele bestuursrechtelijke besluitvormingsmodel, te weten: het ‘besluit’, heeft daarmee zijn betekenis verloren. Onder andere betekent dit dat de nieuwe ambtenaar geen rekening meer hoeft te houden met de fatale termijn van zes weken om tegen een beslissing van de overheid in bezwaar resp. beroep te komen. Vanaf 1 januari 2020 kan een werknemer ook na een langere tijd dan zes weken nog protest maken tegen beslissingen van de overheidswerkgever. In de regel heeft een beslissing van de overheidswerkgever dan ook geen ‘formele rechtskracht’ meer.

In de civiele procedure kan de nieuwe ambtenaar eenvoudigweg protest aantekenen door zijn standpunt duidelijk te maken aan zijn werkgever, of in geval van vermogensrechtelijke rechtsbetrekkingen (zoals de betaling van achterstallig loon) een dagvaardings- of verzoekschriftprocedure initiëren.

(Vrije) bewijsleer

Het bestuursrecht kenmerkt zich door een ‘vrij bewijsleer’, hetgeen inhoudt dat de bestuursrechter een grote mate van vrijheid kent in bewijskwesties. Denk aan de bewijsmiddelen en bewijsomvang, de bewijslastverdeling , alsook de bewijswaardering. Met de vrijheid die deze leer gaf, kon de bestuursrecht de ‘waarheid’ actief achterhalen. Anders gezegd: de bestuursrechter ging er niet van uit dat feiten die door partijen zijn erkend of onvoldoende zijn betwist ‘als vaststaand moeten worden aangenomen’.

In het nieuwe ambtenarenrecht geldt de civielrechtelijke bewijsstelsel, waarbij de rechter grotendeels afhankelijk is van hetgeen partijen hem voorhouden. De rechter kan echter ook ‘sturend’ zijn feiten als vaststaand te beschouwen wanneer een wederpartij niet in staat is om een toereikende motivering te bieden ter betwisting van een punt.

Proceskostenveroordeling

Ten tijde van het  ‘oude’, publiekrechtelijke ambtenarenrecht gold eenvoudigweg dat de ambtenaar die tegen de overheid in de bezwaren- of beroepsprocedure in het gelijk wordt gesteld, de proceskostenvergoeding toegekend kreeg. Denk aan de forfaitaire vergoeding voor ingeschakelde professionele rechtsbijstand, (in beroepsprocedures) de reiskosten naar de zitting, verblijfkosten, verletkosten, kosten van uittreksels, wettelijk verplichte gemachtigderol van een arts en kosten van een getuige, deskundige of tolk. Er zijn weinig gevallen bekend waarin een ambtenaar in het ongelijk werd gesteld en veroordeeld werd tot betaling van de proceskosten

In het nieuwe ambtenarenrecht geldt daarentegen dat de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, in de kosten wordt veroordeeld (art. 237 Rv.). Hierin is de gelijkwaardigheid tussen de nieuwe ambtenaar en zijn overheidswerkgever duidelijk terug te zien, omdat de nieuwe ambtenaar evengoed als zijn werkgever veroordeeld kan worden tot betaling van de proceskosten. De rechter stelt ambtshalve het bedrag van de kostenveroordeling vast. Het is ook mogelijk dat de rechter bepaald dat elke partij (gedeeltelijk) de eigen kosten draagt wanneer beide partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld.

Tot slot

De Wnra brengt met zich mee een cultuurshock, niet in de laatste plaats voor het nieuwe procesrecht. Heeft u vragen over het nieuwe procesrecht? Neem contact op met Christian Mutlu (053-480 4216)!