KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

NAM moet vóór verkoop van de woning schade vergoeden

Geplaatst op 28 september 2015 11:03

Op 2 september 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland vonnis gewezen in de zaak die is aangespannen door de Stichting WAG en verschillende woningcorporaties tegen de NAM.

De NAM is als exploitant van het gaswinningsgebied in de provincie Groningen verantwoordelijk voor de schade die is ontstaan door aardbevingen, die weer het gevolg zijn van het winnen van gas. Ter compensatie van de schade die is of wordt geleden door de bewoners heeft de NAM twee regelingen getroffen. De eerste regeling betreft een schaderegeling ter compensatie van fysieke schade, zoals scheuren in muren. De tweede regeling ziet op de waardedaling van de woningen in het aardbevingsgebied.

In deze procedure staat onder andere ter discussie of de waardevermindering als gevolg van de aardbevingen pas bij verkoop van de woning kan worden vastgesteld of dat dit eerder kan plaatsvinden. Het bezwaar van de NAM tegen eerdere vergoeding dan bij verkoop is dat de schade op dat moment moeilijk is vast te stellen en de NAM heeft daarom in de regeling die ziet op de waardevermindering van de woningen opgenomen dat de schade pas wordt vergoed bij verkoop. Op dat moment is duidelijk wat de daadwerkelijke, concrete waardevermindering is. Namens de bewoners wordt echter gesteld dat deze regeling volstrekt onredelijk is. De NAM hoeft dan namelijk geen schade te vergoeden indien de woning überhaupt niet wordt verkocht, terwijl er wel sprake is van een vermogensverlies aan de zijde van de bewoners. Zij stellen zich dan ook op het standpunt dat de schade abstract, dus zonder dat de concrete schade bekend is, moet worden berekend.

De rechtbank stelt voorop dat zij de schade op grond van de wet niet noodzakelijkerwijs nauwkeurig hoeft vast te stellen, maar de schade ook mag begroten indien de omvang niet precies kan worden vastgesteld. Het is de bedoeling dat de bewoners in een vergelijkbare (financiële) toestand terechtkomen als wanneer de aardbevingen niet hadden plaatsgevonden. De schade mag abstract worden berekend indien dat past bij de aard van de ontstane schade. Aan de hand van een uitgebreide analyse van de jurisprudentie komt de rechtbank tot het oordeel dat voor de abstracte methode plaats is indien (i) er sprake is van een blijvende of duurzame waardevermindering en (ii) geen sprake is van een vergoeding die op kan lopen tot een hoger bedrag dan de daadwerkelijk te lijden schade.

De waardevermindering naar aanleiding van de aardbevingen is volgens de rechtbank als duurzaam aan te merken. Het is volgens de rechtbank namelijk niet aannemelijk dat de waardevermindering binnen afzienbare tijd volledig zal verdwijnen. De rechtbank acht het daarom redelijk om de schade abstract te berekenen, dus niet op het moment dat er fysieke schade is of de woning is verkocht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het Rijk, de samenleving en de NAM grote financiële belangen hebben bij de gaswinning en het daarom niet eerlijk is dat de waardevermindering pas aan de orde kan komen bij de verkoop van de woning en/of bij staking van de gaswinning, terwijl het niet duidelijk is of de woning nog wordt verkocht of de gaswinning wordt gestaakt.

Is schade dus nog niet concreet vast te stellen, dan kan deze in bepaalde gevallen abstract worden berekend en kan de benadeelde toch schadevergoeding krijgen. Die mogelijkheid is niet beperkt tot aardbevingsschade. In het verleden is al geoordeeld dat de schade eveneens abstract kan worden berekend bij ernstige bodemverontreiniging die duurzame waardevermindering tot gevolg heeft of het plaatsen van overhangende hoogspanningsdraden, waardoor de waarde van de onroerende zaak verminderde. Ook de schade als gevolg van verzakkingen en zettingen door mijnexploitatie werd in het verleden abstract berekend.

 

Delen op