KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Mededinging en zorg, het blijft een spannende combinatie

Net als in 2006 staat de zorg voor een nieuwe ingrijpende stelselherziening.

Nadat in 2006 eerst de Zorgverzekeringswet in werking was getreden en later dat jaar de huishoudelijke hulp onder de verantwoordelijkheid van de gemeente werd gebracht, zal met ingang van 2015 ook de organisatie van de begeleiding en de jeugdzorg naar de gemeente volgen. Veel commotie is het gevolg en ook wel terecht. In dit blog ga ik niet in op de gevolgen van de stelselherziening voor de cliënten. Ik concentreer mij op de mededingingsrechtelijke aspecten van de stelselherziening.

In het zicht van een grote stelselherziening gaan de verschillende actoren op zoek naar zekerheden. Dit is zeker het geval wanneer de stelselherziening met een significante bezuinigingsdoelstelling gepaard gaan. Veel zorgaanbieders vragen zich af op welke wijze zij de kwaliteit van hun dienstverlening kunnen borgen wanneer de inkomsten onder druk staan. In de gezondheidszorg betekent dat vaak dat zorgaanbieders contact met elkaar opnemen om over de gevolgen duidelijkheid te verkrijgen en wellicht ook om steun bij elkaar te zoeken. Dergelijke contacten staan echter op gespannen voet met de Mededingingswet.

Zorgaanbieders hebben derhalve behoefte aan guidance: wat mag wel en wat mag er niet onder de Mededingingswet. Medio dit jaar kwam de Autoriteit Consument & Markt (ACM) al met een speciale website met vragen, antwoorden en voorbeelden over de Wmo en de Mededingingswet. Ook gaf de ACM een informele zienswijze aan ActiZ af over de afbouw van de intramurale capaciteit in het licht van de Mededingingswet. In het najaar volgden vervolgens vier informatiebijeenkomsten voor zorgaanbieders en zorginkopers waar naast de ACM ook de NZa en het ministerie van VWS aanwezig waren. Tijdens deze bijeenkomsten bleek opnieuw dat er veel onduidelijkheden (blijven) bestaan over samenwerking en de grenzen van de Mededingingswet; en niet alleen bij zorgaanbieders.

Een “verhelderend” gesprek tussen staatssecretaris Van Rijn en de ACM was het gevolg. In zijn brief van 12 december jl. aan de Tweede Kamer doet de staatssecretaris verslag van dit gesprek. Samen met de ACM heeft de staatsscretaris een leidraad opgesteld voor de wijze waarop informatie kan worden uitgewisseld tussen zorginkopers en zorgaanbieders om bijvoorbeeld tot een besluit omtrent de afbouw van intramurale capaciteit te komen.

Bestudering van deze leidraad leert dat er niet veel nieuws onder de zon is. Ter voorbereiding op het besluit mogen zorgaanbieders collectief informatie uitwisselen over algemene zaken, zoals landelijke en regionale (markt)ontwikkelingen, de regionale behoefte, een inventarisatie van de bestaande capaciteit. Dit betreft dus eigenlijk informatie die reeds openbaar toegankelijk is.

Uitwisseling van commercieel gevoelige informatie (zoals tarieven, kostprijzen en strategische (toekomst)plannen over het aanbod) mag niet collectief plaatsvinden. Daarop bestaat volgens de leidraad één uitzondering, namelijk de bezettingsgraad per zorgaanbieder. Die informatie mag wel worden uitgewisseld. Na deze openbare inventarisatie is het aan de zorginkoper om een besluit te nemen en daarover één-op-één met zorgaanbieders te spreken. Vervolgens kunnen zorgaanbieders overleg met elkaar plegen om aan het besluit uitvoering te geven om de transitie voor de cliënten zo soepel als mogelijk te laten verlopen.

Een gemiste kans? Het is lastig om in een algemene leidraad of Q&A de (on)mogelijkheden van samenwerking te vatten. De praktijk heeft veel meer behoefte aan de wijze waarop de ACM omgaat met concrete praktijkvoorbeelden. Om die reden zit de belangrijkste winst van het “verhelderende” gesprek tussen de staatssecretaris en de ACM niet in de leidraad, maar in de toezegging van de staatssecretaris dat de ACM zijn antwoorden op vragen van zorginkopers en zorgaanbieders over de (on)mogelijkheden van samenwerking op zijn website zal publiceren. Ik zal de website van de ACM in de gaten houden.

 

Delen op