KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Lening opeisbaar door uitgifte van aandelen aan derden

Wijziging van zeggenschap als opeisingsgrond voor een lening kan zich op veel manieren voordoen, ook in een situatie die niet direct is omschreven.

Een belangrijk onderdeel van een lening is de datum van terugbetaling. Aanvullend zijn vaak bijzondere omstandigheden beschreven waarin de lening direct en volledig opeisbaar wordt.

Bij een onderneming zullen de inkomsten vaak een belangrijke bron voor de terugbetaling vormen. Er kan worden opgenomen dat de lening opeisbaar wordt als de zeggenschap over die onderneming wijzigt. Een wijziging van zeggenschap of “change of control” kan zich op diverse manieren voordoen. Dit blog gaat over een uitspraak waar die discussie speelt.

Lening opeisbaar bij vervreemding onderneming

Een verkoper verkoopt aandelen in een B.V. en vorderingen aan een koper. Dit bedrag wordt schuldig gebleven. De vordering is volgens de tekst opeisbaar als de onderneming van de schuldenaar-rechtpsersoon of een van haar dochtervennootschappen geheel of gedeeltelijk wordt vervreemd of wordt afgesplitst. De lening wordt dus opeisbaar bij een wijziging van de zeggenschap, in bepaalde gevallen.

Bij het aangaan van de overeenkomst hield de koper 100% van de aandelen in een (klein)dochter- vennootschap. Door een uitgifte van aandelen aan derden daalt dit belang tot 40%. Deze situatie is niet voorzien in de geldlening. Tussen koper en verkoper ontstaat een geschil of dit leidt tot een vervroegde opeisbaarheid van de geldlening.

Uitspraak: terechte opeising door verkoper

De rechtbank past het zogeheten Haviltex criterium toe: naast de tekst zijn ook de verwachtingen van partijen van belang. Volgens de rechtbank is van belang dat bij het aangaan van de transactie sprake was van volledige zeggenschap over de (klein)dochteronderneming. De terugbetaling van de geldlening zou mede plaatsvinden uit de bedrijfsresultaten van de (klein)dochter. Door de aandelenuitgifte komen deze niet meer volledig aan de koper toe. Daarmee heeft de verkoper een belang bij directe opeisbaarheid. Het feit dat de dochteronderneming in financieel zwaar weer verkeerde, maakt dit niet anders. De verkoper heeft volgens de rechtbank de lening terecht opgeëist.

Duidelijke opeisingsgronden gewenst

De overeenkomst vermeldde een aantal mogelijke wijzigingen van zeggenschap, maar niet alle. Dit leverde een geschil op. De rechtbank bekijkt in de uitspraak òf een wijziging van zeggenschap is ontstaan, niet uitsluitend de wijze waarop. Wellicht was het duidelijker geweest in de overeenkomst te vermelden dat iedere wijziging van zeggenschap tot opeising zou leiden.

Matthijs van Rozen

 

Delen op