Legt de schuldeiser een bom onder de onderneming volgens de WHOA?

Op 6 oktober 2020 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord (‘WHOA’) aangenomen. Het wetsvoorstel treedt waarschijnlijk op 1 januari 2021 in werking.

Voor de hoofdlijnen van de WHOA verwijs ik graag naar de bijdrage die ik eerder heb geschreven voor De Ondernemer.

Herstructureringsdeskundige

Op grond van de WHOA kan niet alleen de schuldenaar het initiatief nemen om een akkoord aan te bieden aan zijn schuldeisers buiten faillissement. Ook anderen dan de schuldenaar zelf hebben deze bevoegdheid.

In artikel 371 Faillissementswet is bepaald dat iedere schuldeiser, aandeelhouder, de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging een verzoek kan indienen bij de rechtbank tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige. De herstructureringsdeskundige wordt door de rechtbank benoemd. Hij onderzoekt de mogelijkheden van een akkoord aan alle of een deel van de schuldeisers van de schuldenaar, buiten faillissement.

Om een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige te kunnen doen, is tenminste vereist dat redelijkerwijs aannemelijk is dat de schuldenaar haar schuldeisers niet kan blijven betalen. Kort gezegd betekent dit dat redelijkerwijs moet vast staan dat het faillissement van de schuldenaar zal volgen als geen maatregelen worden getroffen. Het faillissement van de schuldenaar hoeft niet noodzakelijkerwijs op (zeer) korte termijn te volgen.

Aanwijzing herstructureringsdeskundige

Het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige zal de rechtbank alleen afwijzen als summierlijk blijkt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hiermee niet zijn gediend. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de schuldeiser het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige alleen heeft ingediend om een kansrijk herstructureringstraject te frustreren om zo een betere onderhandelingspositie te verkrijgen.

Als er onduidelijkheid bestaat over de vraag of de schuldenaar zich in een dreigende insolventie situatie bevindt, kan de rechtbank een deskundige inschakelen om dit te onderzoeken.

Mogelijkheden van een akkoord

Als de herstructureringsdeskundige is aangewezen zal deze onderzoek doen naar de mogelijkheden van een akkoord. Is de schuldenaar een MKB-onderneming, dan kan de herstructureringsdeskundige in beginsel alleen met instemming van (het bestuur van) de schuldenaar een akkoord aanbieden. Van een MKB-onderneming is sprake als de schuldenaar, of de groep waartoe zij behoort, niet meer dan 250 werknemers heeft en niet meer dan € 50 miljoen jaaromzet heeft of het balanstotaal niet meer dan € 43 miljoen bedraagt. Dit is een heel ruime kwalificatie van MKB-ondernemingen, waardoor een groot deel van de ondernemingen in Nederland onder deze definitie valt.

De schuldenaar kan echter alleen weigeren in te stemmen als hij daar goede gronden voor heeft. Indien die goede gronden ontbreken kan de herstructureringsdeskundige de rechtbank verzoeken om een beslissing te nemen die in de plaats treedt van de instemming van (het bestuur van) de schuldenaar. Op deze wijze kan dan alsnog een akkoord tot stand worden gebracht zonder instemming van de schuldenaar.

De schuldeiser legt – met gebruikmaking van de mogelijkheden van WHOA – dus geen bom onder de onderneming, maar heeft wel mogelijkheden gekregen om in te grijpen bij ondernemingen waar een faillissement dreigt.

Meer weten?

Mocht u vragen hebben over de mogelijkheden van het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, neem dan contact op met Manon Egberink.