KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Klinkende overwinning voor de Nederlandse verklaring voor recht procedure in CMR zaken

Door een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EU is de verklaring voor recht in CMR zaken helemaal terug van weggeweest. Een jarenlange discussie tussen Duitsland en Nederland is in ons voordeel beslecht. En daar kunnen vervoerders van profiteren!

Achtergrond

De kans dat een Nederlandse rechtbank zal oordelen dat een vervoerder bij een ladingdiefstal aansprakelijk is voor de volledige schade is zeer beperkt. Na de zogenaamde 5 januari-arresten van de Hoge Raad uit 2001 komt doorbraak van de aansprakelijkheidslimiet nagenoeg alleen nog voor bij “inside jobs” en bij dubieuze gevallen waar de vervoerder geen opheldering kan geven. In veel andere landen lopen vervoerders aanzienlijk hogere kansen om voor de hele schade op te draaien. Met name Duitse rechters oordelen sneller dat de vervoerder zich niet op enige beperking kan beroepen. Als hij de keuze heeft, dan kiest de ladingbelanghebbende er dan ook doorgaans voor om de vervoerder in Duitsland te dagvaarden.

De truc

In een poging om hier een stokje voor te steken is “de truc”van de verklaring voor recht bedacht. De vervoerder die te maken krijgt met een schade wacht dan niet af of (en waar) hij gedagvaard wordt, maar gaat zelf naar de Nederlandse rechter om zijn verhaal te vertellen en met het verzoek om een verklaring dat hij weliswaar aansprakelijk is, maar dat die aansprakelijkheid beperkt is tot de CMR limiet. De gedachte is dat als hij daarbij sneller is dan de ladingbelanghebbende, de door de ladingbelanghebbende aangezochte rechter zich onbevoegd zal moeten verklaren (artikel 31 lid 2 CMR). Het komt er dus op aan wie zich eerder bij de voor hem gunstige rechter meldt.

Duitsers staken een stokje

De hoogste Duitse rechter stak in 2003 een stokje voor “de Nederlandse truc”. Met het argument dat de Nederlandse verklaring voor recht procedure niet hetzelfde onderwerp betreft als een procedure tot vergoeding van de schade, oordeelde het Bundesgerichtshof dat de Duitse rechter zich niets hoeft aan te trekken van de aanhangigheid van een dergelijke procedure in Nederland. In 2010 leek het helemaal gedaan met de verklaring voor recht procedure toen het Hof van Justitie in de TNT/AXA zaak oordeelde dat een Nederlandse rechter een Duits vonnis niet mag toetsen op de bevoegdheid van de Duitse rechter. Op die grond kan de Nederlandse rechter een Duits vonnis dus niet tegenhouden.

Wie het laatst lacht...

Het Hof van Justitie heeft nu in haar arrest van 19 december 2013 volstrekt duidelijk gemaakt dat de uitleg van het Bundesgerichtshof in strijd is met Europees recht. Het gevolg is dat de Duitse rechter zich voortaan toch echt onbevoegd zal moeten verklaren als er al een verklaring voor recht procedure aanhangig is in Nederland. De rush to the courts kan weer beginnen!

Deze bijdrage verscheen eerder reeds op www.rechtopdeweg.nl

 

Delen op