Integrale kostprijs of marktconforme prijs?

In diverse eerdere blogs heb ik aandacht geschonken aan de algemeen belang uitzondering in de Wet markt en overheid. Deze wet voorziet in een viertal gedragsregels voor de ondernemende overheid en is in de Mededingingswet geïncorporeerd. Op een gedragsregels bestaat een aantal uitzonderingen, waarvan de algemeen belang uitzondering er één is. Deze uitzondering speelt een cruciale rol in de ‘parkeeroorlog’ in de gemeente Veenendaal.

Slagboomparkeren versus straatparkeren

Om het teruglopende winkelbezoek in het stadshart te keren, startte de gemeente Veenendaal met een proef ‘gratis parkeren op zaterdagen’. De proef gold niet voor alle parkeerplaatsen. Uitsluitende gemeentelijke parkeergarages namen aan de proef deel. Omdat het exploiteren van parkeergarages en -terreinen (ook wel slagboomparkeren) een economische activiteit betreft, zijn de gedragsregels (in het bijzonder de verplichting tot het doorberekenen van een integrale kostprijs) op deze activiteit van toepassing. Om aan de werking van deze gedragsregel te ontsnappen, maakte de gemeente Veenendaal gebruik van de algemeen belang uitzondering. Die aanwijzing was onderwerp van diverse juridische procedures en is uiteindelijk herroepen. Inmiddels heeft de gemeente Veenendaal een nieuwe aanwijzing in het algemeen belang uitgevaardigd, dat opnieuw voorwerp van een juridische procedure is.

Omdat de eerste algemeen belang aanwijzing uiteindelijk is herroepen, heeft de gemeente Veenendaal ten onrechte de gedragsregel tot doorberekening van de integrale kostprijs niet nageleefd. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) stelde dan ook vast dat de gemeente Veenendaal de Mededingingswet heeft overtreden. De gemeente Veenendaal heeft tegen dat besluit van de ACM beroep ingesteld. Op 29 augustus jl. heeft de Rechtbank Rotterdam dat besluit bevestigd en het beroep van de gemeente Veenendaal verworpen.

Grammaticale of teleologische interpretatie

Naast de discussie over de vraag of de ACM terecht had geoordeeld dat het slagboomparkeren (in tegenstelling tot straatparkeren) een economische activiteit is (hetgeen de Rechtbank bevestigde), speelde de vraag of het aanbieden van slagboomparkeren tegen marktconforme tarieven wel of niet in strijd met de gedragsregel is. De Rechtbank gaat voor een grammaticale uitleg. Het betreffende wetsartikel spreekt over het in rekening brengen van “ten minste de integrale kosten”. Daaruit leidt de Rechtbank af dat wanneer de integrale kostprijs hoger is dan de marktconforme prijs, toch de (hogere) integrale kostprijs in rekening dient te worden gebracht.

Hoewel de Rechtbank daarvoor naar het doel van de Wet markt en overheid verwijst, kan niettemin de vraag worden gesteld of deze conclusie daadwerkelijk in overeenstemming met dat doel is. Uit de tweede alinea van de memorie van toelichting bij de wet blijkt dat het doel van de wet is “het creëren van zo gelijk mogelijke concurrentieverhoudingen tussen overheden die als [ondernemer] optreden enerzijds en andere, particuliere ondernemingen anderzijds”. Indien een overheid een marktconforme prijs in rekening brengt, lijkt er sprake van een gelijk speelveld te zijn. De echte pijn zit in de situatie dat de integrale kostprijs van de overheid lager is dan de marktconforme prijs. Hoewel dan aan de wet voldaan is, wordt in beginsel wel in strijd met het doel van de wet gehandeld.

Parkeren in Emmen

In dit kader is ook de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 23 juli jl. interessant; ook een parkeerzaak, maar dan in de gemeente Emmen. In tegenstelling tot de Rechtbank Rotterdam in een eerdere uitspraak in deze kwestie is het CBb van oordeel dat de gemeente Emmen terecht de algemeen belang uitzondering op de exploitatie van slagboomparkeren had mogen toepassen. Het verschil tussen het door de gemeente gevraagde tarief (lager dan de integrale kostprijs) en dat van de particuliere ondernemer was niet van dien aard dat die laatste gecompenseerd hoefde te worden.

Op basis van de korte inhoudelijke motivering valt op deze uitspraak ook de nodige kritiek te leveren. Dragend voor het oordeel van het CBb lijkt de wens van de gemeente Emmen te zijn om het straatparkeren te ontmoedigen. Indien de gemeente de integrale kostprijs zou hanteren, zou slagboomparkeren net zo duur zijn als straatparkeren en dus niet ontmoedigend werken. Uit de uitspraak wordt echter niet duidelijk waarom de gemeente Emmen het tarief voor straatparkeren dan niet zou kunnen verhogen. Daarmee zou het doel van de wet beter zijn gediend.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Edwin Schotanus.