Inbreuk natuurschoon door wooncomplex op landgoed?

Bepaalde handelingen op NSW-landgoederen kunnen gevolgen hebben voor de rangschikking. Een eigenaar kan vooraf een verklaring van geen bezwaar aanvragen. Recent heeft de Raad van State zich gebogen over de vraag of terecht een verklaring van geen bezwaar voor de bouw van een wooncomplex op een gedeelte van een landgoed is geweigerd .

Verklaring van geen bezwaar NSW

Een eigenaar van een onder de Natuurschoonwet 1928 (hierna: NSW) gerangschikt landgoed kan een beroep doen op diverse fiscale faciliteiten. Op veel landgoederen rusten claims van (vorige) eigenaren. Een (gedeeltelijke) onttrekking van het landgoed aan de werking van de NSW kan daardoor vergaande fiscale gevolgen hebben. Daarnaast kan in de toekomst geen beroep meer worden gedaan op de fiscale tegemoetkomingen. Het kan daarom wenselijk zijn vooraf de staatssecretarissen van Economische Zaken en Financiën (hierna: staatssecretarissen) een verklaring van geen bezwaar te vragen om zekerheid te verkrijgen.

Bouw wooncomplex op landgoed

In de onderstaande zaak heeft de eigenaar van een NSW-landgoed een verklaring van geen bezwaar aangevraagd om op een gedeelte van zijn landgoed een wooncomplex te bouwen. Dit wooncomplex wijkt qua stijl en kleur af van de op het landgoed aanwezige bebouwing.

De staatssecretarissen wijzen deze aanvraag af en stellen zich op het standpunt dat geen van de omstandigheden als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van het rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 zich voordoen. Deze opsomming is niet limitatief, zodat vervolgens beoordeeld moet worden of het complex inbreuk maakt op het natuurschoon. Er wordt een vaste gedragslijn gehanteerd, waarin toetsingscriteria zijn opgenomen. Aan de hand daarvan zijn de staatssecretarissen van mening dat het wooncomplex niet bij het karakter van het landgoed past en daardoor inbreuk maakt op het natuurschoon. De Rechtbank oordeelt dat de staatssecretarissen de verklaring daarom in redelijkheid hebben mogen weigeren.

Is het wooncomplex functioneel voor de instandhouding of het beheer van het landgoed?

In hoger beroep bij de Raad van State voert de landgoedeigenaar aan, dat het wooncomplex functioneel is voor de instandhouding van het landgoed als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub e van het rangschikkingsbesluit. Financiële dragers zijn weggevallen, terwijl de kosten zijn gestegen. De eigenaar van het landgoed ziet zich genoodzaakt nieuwe financiële dragers te zoeken en is van mening dat het begrip ‘functioneel’ op een meer eigentijdse wijze moet worden ingevuld.

De Raad van State herhaalt in de uitspraak van 15 november 2017 dat een opstal slechts dan functioneel is voor de instandhouding of het beheer van de onroerende zaak wanneer er een directe relatie bestaat met het gebruik van de betreffende opstal. De Afdeling verwijst naar de eerdere uitspraak van 3 december 2008.

Maakt het wooncomplex inbreuk op het natuurschoon?

De landgoedeigenaar is van mening dat de beoordeling of een bepaalde handeling inbreuk maakt op het natuurschoon niet kan worden gedaan aan de hand van algemene beoordelingscriteria. Daarnaast is de Rechtbank volledig voorbij gegaan aan positieve adviezen van een NSW-medewerker van de Provincie Gelderland en de Belastingdienst Oost-Brabant, die zich op hun beurt weer hebben gebaseerd op positieve adviezen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de Commissie Beeldkwaliteit van de Gemeente Nijmegen.

De Afdeling geeft aan dat de staatssecretarissen mogen beoordelen of een bepaalde handeling inbreuk maakt op het natuurschoon. Voor die beoordeling is de karakteristieke verschijningsvorm (de visuele aspecten) van belang. In de NSW is bewust geen definitie van ‘natuurschoon’ opgenomen. Gelet op de beoordelingsruimte die op dit punt aan de staatssecretarissen toekomt toetst de rechter alleen of alle in aanmerking komende belangen zijn meegenomen en of de belangenafweging niet onredelijk is. De staatssecretarissen mogen aan de hand van de door hen opgestelde criteria deze beoordeling uitvoeren.

De Raad van State oordeelt dat de staatssecretarissen terecht de verklaring van geen bezwaar hebben afgewezen.

Conclusie

Het is raadzaam een verklaring van geen bezwaar aan te vragen bij een voorgenomen handeling op een NSW-landgoed. Op die wijze kan vooraf zekerheid worden verkregen over de gevolgen. Nieuwe opstallen moeten functioneel zijn dan wel geen inbreuk maken op het natuurschoon.

(Blog geschreven door Chantal Kolk, oud-medewerkster van KienhuisHoving advocaten en notarissen).