KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Hoe staat het eigenlijk met de Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen in de zorg (Wkkgz)? Een update.

Het was de bedoeling dat de Wkkgz, indien deze voor het zomerreces van 2015 door de Eerste Kamer zou worden aanvaard, in werking zou treden met ingang van 1 januari 2016. De Eerste Kamercommissie heeft op 15 juni jl. de nota naar aanleiding van het verslag ontvangen. De plenaire behandeling van het voorstel vindt echter plaats op 29 september a.s. De vraag is of de Minister de Wkkgz veilig door de Eerste Kamer weet te loodsen, en of de datum van 1 januari 2016 gehaald gaat worden.

Een korte terugblik
De Wkkgz is de voortzetting van het in juni 2010 ingediende wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg (Wcz). De naamswijziging alsmede de inhoudelijke wijzigingen van het oorspronkelijke wetsvoorstel zijn geregeld in de derde nota van wijziging Wcz. Ten gevolge van deze derde nota van wijziging heeft het wetsvoorstel Wkkgz slechts betrekking op de onderdelen kwaliteit, klachten en geschillen. Dit wetsvoorstel regelt klachtafhandeling bij zorgaanbieders. Daarnaast worden zorgaanbieders verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie die ook schadevergoedingen toe kan kennen. Verder dienen zorgaanbieders meer aandacht te besteden aan kwaliteit en patiëntveiligheid en regelt de wet de handhaving en het toezicht op de kwaliteit en veiligheid van zorg. Deze wet zal bij inwerkingtreding de huidige Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (Wkcz) integraal vervangen.

Meerwaarde wet
Ook de Wkkgz heeft weer tot de nodige kritiek geleid. De noodzaak van deze nieuwe wet ten opzichte van bestaande wetten (en jurisprudentie) en bijvoorbeeld de wijze waarop klachten thans worden behandeld heeft nog niet echt overtuigd. Ook maakt bijvoorbeeld de artsenorganisatie KNMG zich zorgen over de positie van melders van incidenten in artikel 9 van de Wkkgz. De regeling staat toe dat het OM informatie uit het veilig incident melden systeem (VIM-systeem) opvraagt en gebruikt in een strafzaak tegen de melder. Men is bang dat de vrees voor strafzaken potentiële melders van incidenten ervan weerhoudt een melding te doen. Dat is slecht voor de patiëntveiligheid; als niet wordt gemeld, kan niet via een analyse van het incident worden geleerd. Ook is het volgens de KNMG in strijd met het beginsel dat niemand hoeft mee te werken aan zijn eigen strafrechtelijke veroordeling (nemo-tenetur-beginsel). Volgens de minister is daarvan geen sprake, omdat de Wkkgz aan de zorgaanbieder de verplichting oplegt een VIM-systeem in te richten. De Wkkgz legt naar de letter geen verplichting op aan de zorgverleners om te melden. De Minister gaat er echter aan voorbij dat het VIM-systeem wel degelijk gevuld moet worden met meldingen van zorgverleners, aldus de KNMG. Vrees voor hun eigen strafrechtelijke vervolging zal melders er wel degelijk van kunnen weerhouden een melding te doen. De KNMG vindt dat vanuit het oogpunt van patiëntveiligheid onwenselijk. Ook is de positie van de klachtenfunctionaris onder de nieuwe wet en (cliënten)vertrouwenspersoon niet goed duidelijk. Laatstgenoemde zou vooral optreden als belangenbehartiger van de cliënt. De vraag is dan hoe de Minister van plan is ervoor te zorgen dat de combinatie van de functie van klachtenfunctionaris en van cliëntenvertrouwenspersoon in de praktijk ook daadwerkelijk mogelijk is.

Overgangsrecht en implementatie
De zorgaanbieders hebben ingevolge artikel 35 van de Wkkgz tot uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 13, eerste lid, en 18, eerste lid, van de Wkkgz de gelegenheid om een regeling inzake klachtenbehandeling vast te stellen en zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie. Tot het tijdstip waarop de zorgaanbieder beschikt over een klachtenregeling, die voldoet aan de eisen van de wet, blijft de klachtenregeling die de zorgaanbieder had op grond van de Wkcz van toepassing (artikel 35, vierde lid Wkkgz). Voor het voldoen aan de nieuwe eis dat met alle zorgverleners die voor een zorgaanbieder werken, een schriftelijke overeenkomst moet worden gesloten die waarborgt dat de zorgverleners aan de wettelijke eisen voldoen, hebben de zorgaanbieders op grond van artikel 40 van de Wkkgz de tijd tot een jaar na het tijdstip waarop artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet in werking is getreden.

De bepalingen met betrekking tot het veilig-incident-melden (VIM, artikel 9 van de Wkkgz en artikel 6.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz), zullen een half jaar later, d.w.z. per 1 juli 2016, in werking treden. Voor deze latere inwerkingtreding van de bepalingen inzake het VIM is gekozen om met name kleinere zorgaanbieders voldoende ruimte te bieden dit via een gezamenlijke opzet met de beroepsorganisatie aan te pakken. Op deze wijze zouden zorgaanbieders in staat worden gesteld de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om de wet goed uit te voeren.

In het implementatietraject voor de Wkkgz zal volgens de Minister nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de verschillende manieren waarop zorgaanbieders de Wkkgz praktisch kunnen invullen. Daarbij zullen voorbeelden van koplopers op dit gebied worden gebruikt, die andere zorgaanbieders en zorgverleners zullen inspireren. Het implementatietraject voor de Wkkgz zal de zorgaanbieders helpen binnen de door de Wkkgz gestelde termijnen aan de gestelde eisen te voldoen.

Voor vragen kunt u contact opnemen met Yvonne Nijhuis.

 

Delen op