KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Het Nederlandse UBO register komt eraan

Op korte termijn zal het Nederlandse UBO register worden ingevoerd. Wie kwalificeren als UBO ? Een concept besluit brengt meer duidelijkheid.

De vierde Europese anti-witwasrichtlijn verplicht de EU landen tot het instellen van een openbaar register (het UBO register), waarin de persoonsgegevens van de uiteindelijk belanghebbenden (UBO's, de afkorting van Ultimate Benificial Owner) van juridische entiteiten moeten worden opgenomen. De UBO definitie kan per lidstaat afwijken. De uiterste implementatiedatum van het UBO register van 1 juli 2017 is door Nederland niet gehaald.

Inmiddels is een conceptbesluit voor de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) verschenen, waarin wordt aangegeven wie in Nederland als UBO zullen worden aangemerkt. Het is de verwachting dat dit UBO begrip ook zal worden toegepast voor het UBO register. Wij verwachten dat de regelgeving met betrekking tot het UBO register in de loop van 2018 in werking zal treden.

Cliëntenonderzoek WWFT en UBO

De Wwft verplicht bepaalde dienstverleners waaronder banken, verzekeraars, advocaten, notarissen en belastingadviseurs tot het verrichten van een cliëntenonderzoek bij bepaalde vormen van dienstverlening. Onderdeel van dit verplichte onderzoek is de bepaling van de UBO. De UBO is altijd een natuurlijk persoon.

De Nederlandse UBO

Het conceptbesluit Wwft geeft een overzicht welke natuurlijke personen in ieder geval kwalificeren als een UBO. De opsomming in dit overzicht is niet limitatief. Ook andere personen kunnen als UBO worden aangemerkt.

BV en NV

Voor de BV en NV, en daarmee vergelijkbare andere juridische entiteiten, zijn in ieder geval UBO:
de natuurlijke personen die uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de vennootschap i. omdat zij uiteindelijk meer dan 25 procent houden van de aandelen, stemrechten of van het eigendomsbelang, of ii. via  andere middelen, waarmee wordt bedoeld het recht om de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudende orgaan van de vennootschap te benoemen of te ontslaan.

Maatschap, CV, VOF, vereniging, coöperatie en vergelijkbaar

Hier zijn als UBO aan te merken:
de personen die (i) uiteindelijk meer dan 25 procent zeggenschap hebben, of (ii) die het recht hebben bij ontbinding op 25 procent van het saldo, of (iii) feitelijk de zeggenschap uitoefenen.

Het is mogelijk dat op basis van de voorgaande criteria geen UBO bepaald kan worden of daarover twijfel bestaat. In dat geval kwalificeren als UBO de personen die behoren tot het “hoger leidinggevend personeel”. Door deze regeling is er dus altijd een UBO aanwezig.

Stichtingen

Bij stichtingen zijn in ieder geval UBO: (i) de oprichter(s), (ii) de bestuurder(s), (iii) indien aanwezig: de begunstigden of de personen in wiens belang de stichting hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is. Verder is UBO elke natuurlijke persoon die op andere wijze uiteindelijke zeggenschap over de stichting uitoefent. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan een raad van toezicht of vergelijkbaar orgaan.

De positie van certificaathouders bij een Stichting Administratiekantoor nog niet duidelijk. De certificaathouders kunnen waarschijnlijk als begunstigden worden aangemerkt en zullen daarmee altijd als UBO worden aangemerkt. Ongeacht de grootte van hun belang!

UBO register en centraal aandeelhoudersregister

Naast het UBO register wordt ook gesproken over een centraal aandeelhoudersregister voor BV’s en  niet-beursgenoteerde NV’s. Dit zijn verschillende registers.

In het UBO register worden de UBO’s opgenomen. In het centraal aandeelhoudersregister wordt iedere aandeelhouder opgenomen. Het UBO register wordt openbaar, het centraal aandeelhoudersregister zal slechts voor een beperkte groep van beroepsbeoefenaren en overheidsinstanties toegankelijk zijn. Het centraal aandeelhoudersregister is opgenomen in een initiatief wetsvoorstel, dat zich nog in de voorbereidende fase bevindt.

Toekomstige ontwikkelingen: Vijfde Europese anti-witwasrichtlijn

Hoewel de Vierde anti-witwasrichtlijn nog niet in Nederland is geïmplementeerd, wordt al nagedacht over een volgende vijfde Europese anti-witwasrichtlijn . Belangrijk kenmerk hiervan is dat de diverse nationale registers in Europa aan elkaar gekoppeld gaan worden. Ook wordt het 25 procent-criterium verlaagd.

Wij houden de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend voor u in de gaten. Indien u vragen heeft of wenst te overleggen, neemt u dan gerust contact met ons op.

Diana Gunckel
Matthijs van Rozen

 

 

Share on