Het aantonen van de gelijkwaardigheid bij technische specificaties: wanneer en op welke wijze?

In bepaalde gevallen is de aanbestedende dienst verplicht om bij het stellen van technische specificaties van de opdracht de woorden: ‘of gelijkwaardig’ toe te voegen. Bijvoorbeeld wanneer de aanbestedende dienst in de technische specificaties naar een bepaald fabricaat of merk verwijst. In dat geval dient de aanbestedende dienst ook gelijkwaardige onderdelen/producten te accepteren ter bevordering van de mededinging. De vraag is echter wanneer en op welke wijze de gelijkwaardigheid aangetoond moet worden. Het Hof van Justitie heeft deze vragen onlangs beantwoord in een geschil dat zich afspeelde in Italië (HvJ 27 oktober 2022, ECLI:EU:C:2022:835). De feiten zijn als volgt.

Feiten

Een Italiaanse overheidsonderneming heeft een aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering van “originele Iveco-reserveonderdelen of daaraan gelijkwaardige reserveonderdelen voor autobussen”. Iveco is een producent van vrachtauto’s en autobussen. Op grond van de aanbestedingsstukken moesten inschrijvers op straffe van uitsluiting bij de inschrijving certificaten overleggen om de gelijkwaardigheid van de reserveonderdelen aan te tonen. De voorlopige winnaar heeft ingeschreven met gelijkwaardige reserveonderdelen en heeft volstaan met een algemene zelfcertificering van gelijkwaardigheid. Eén van de verliezende inschrijvers, Iveco Orecchia, stelt dat de inschrijving van de voorlopige winnaar ongeldig is, omdat volgens haar een algemene zelfcertificering van gelijkwaardigheid niet zou volstaan.

Oordeel Hof van Justitie

In een eerdere uitspraak uit 2018 heeft het Hof van Justitie (het Hof) reeds geoordeeld dat de inschrijver bij zijn inschrijving het bewijs dient aan te leveren dat de onderdelen/producten die hij aanbiedt gelijkwaardig zijn aan de onderdelen/producten die in de technische specificaties zijn omschreven (HvJ 12 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:568). Dit oordeel wordt door het Hof in deze uitspraak herhaald/bevestigd.

Voor wat betreft de vraag op welke wijze de gelijkwaardigheid aangetoond moet worden, oordeelt het Hof dat de aanbestedende dienst over beoordelingsbevoegdheid beschikt bij de bepaling van de middelen die inschrijvers kunnen gebruiken om de gelijkwaardigheid aan te tonen. Deze bevoegdheid brengt volgens het Hof met zich mee dat de toegestane bewijsmiddelen de aanbestedende dienst in staat moeten stellen om daadwerkelijk op zinvolle wijze te beoordelen of de aangeboden onderdelen/producten in overeenstemming zijn met de technische specificaties.

Vervolgens oordeelt het Hof dat een gelijkwaardigheidsverklaring afkomstig moet zijn van een instantie die de gelijkwaardigheid kan waarborgen wat vereist dat die instantie de technische verantwoordelijkheid voor de betreffende onderdelen/producten op zich neemt en over de nodige middelen beschikt om de kwaliteit van de onderdelen/producten te garanderen. Alleen de producent of de fabrikant van die onderdelen kan aan deze voorwaarden voldoen, aldus nog steeds het Hof.

Conclusie

De inschrijver die gelijkwaardige onderdelen/producten wenst aan te bieden, dient bij de inschrijving bewijs aan te leveren dat de aangeboden onderdelen/producten gelijkwaardig zijn aan de onderdelen/producten zoals omschreven in de technische specificaties. De betreffende bewijsmiddelen moeten de aanbestedende dienst in staat stellen daadwerkelijk te beoordelen of de aangeboden onderdelen/producten gelijkwaardig zijn. Dit betekent dat wanneer het bewijs geleverd moet worden door middel van een gelijkwaardigheidsverklaring, deze verklaring enkel afkomstig mag zijn van de producent of fabrikant van de betreffende onderdelen/producten.