KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Herstelkader Rentederivaten en verrekening door de bank

Wij hebben u in eerdere blogs bijgepraat over de totstandkoming en de inhoud van het Herstelkader Rentederivaten dat in december 2016 is vastgesteld. Nu de banken bezig zijn met de uitvoering van het Herstelkader, komen in de praktijk regelmatig vragen op over de uitleg van het Herstelkader.

Zo was er twijfel, of de bank die verplicht een vergoeding moet betalen aan een klant, deze betalingsverplichting mag verrekenen met een schuld van die klant aan de bank. De Derivatencommissie geeft in een toelichting bij het Herstelkader haar mening hierover.

Eerst even een korte samenvatting. Het Herstelkader bepaalt hoe herbeoordelingen van rentederivaten, die in het verleden door bepaalde MKB-klanten zijn afgesloten, en eventuele herstelacties door de banken moeten worden uitgevoerd. Eén van die herstelacties kan zijn het doen van een aanbod aan de klant tot betaling van een vergoeding. Als de klant vervolgens dat aanbod accepteert, is de bank verplicht haar klant die vergoeding te betalen. Maar kan de bank vervolgens die schuld verrekenen met een schuld die de klant op haar beurt heeft aan de bank? Met het gevolg dat de klant misschien onder de streep een lagere schuld aan de bank heeft, maar geen daadwerkelijk gebruik kan maken van het (volledige) bedrag van de compensatievergoeding?

Op grond van artikel 25 van de algemene bankvoorwaarden heeft de bank een ruime verrekeningsbevoegdheid, en luidt het antwoord op de vraag: ja, de bank mag verrekenen. Maar de Commissie maakt onderscheid tussen verschillende situaties. Als een klant ‘going concern’ is, en geen kredietlimieten heeft overschreden, dan moet de klant over de vergoeding kunnen beschikken. Als de klant ‘going concern’ is, maar haar kredietlimiet heeft overschreden, dan kan zich onder omstandigheden de situatie voordoen dat de bank de vergoeding aanwendt om achterstanden of overschrijdingen ongedaan te maken, met dien verstande dat hiermee door de bank prudent moet worden omgegaan. Aldus de Commissie. Met andere woorden, zo lezen wij: ook al heeft de bank op grond van haar algemene voorwaarden de mogelijkheid om te verrekenen, het kan zo zijn dat zij van die mogelijkheid geen gebruik mag maken. Ten slotte merkt de Commissie nog op dat als de bank de relatie met de klant inmiddels heeft opgezegd, zij de vergoeding zonder meer kan aanwenden om overstanden en achterstanden ongedaan te maken. Van de bank wordt niet verwacht dat zij in een uitzichtloze situatie verrekening achterwege laat.

Kortom: als de bank aan een klant met achterstanden of kredietoverschrijdingen een vergoeding moet betalen, kan het dus zijn dat de bank onder omstandigheden die vergoeding niet mag verrekenen met die achterstand of overschrijding en ‘gewoon’ moet uitkeren, ook als zij op grond van artikel 25 van de algemene bankvoorwaarden in beginsel wel kan verrekenen. Dat biedt dus interessante mogelijkheden voor de MKB-ondernemer, die zich in die situatie bevindt en in plaats van de vermindering van een achterstand of verlaging van een overschrijding de vergoeding liever aanwendt voor andere doelen.

Mocht u meer informatie wensen over dit onderwerp, neemt u dan gerust contact met ons op.