Een open eind in het ontslagrecht voor ambtenaren

Het arbeidsrecht kent enkele bijzondere bepalingen waar met de Wnra geen rekening mee is gehouden. Een voorbeeld daarvan is ontslag wegens wanprestatie. Waar moeten de overheidswerkgever en de nieuwe ambtenaar rekening mee houden?

Het feit dat de overheid als werkgever vanaf 1 januari 2020 civielrechtelijk gaat optreden maakt dat ook rekening moet worden gehouden met privaatrechtelijke vraagstukken. Een belangrijk vraagstuk, dat in de praktijk voor veel hoofdbrekens zorgt, is het ontslag. Complicerende factor voor het nieuwe ambtenarenrecht is dat de wetgever zich niet expliciet heeft uitgelaten over ‘ontslag wegens wanprestatie’.

De hoofdvraag is: kan de nieuwe ambtenaar onder het huidige ontslagrecht ontslagen worden op grond van artikel 7:686 BW? Zo ja, dan heeft dit grote gevolgen.

Wanprestatie

Artikel 6 Wnra bepaalt in het eerste lid dat de nieuwe ambtenaar gehouden is om zich te gedragen als een goed ambtenaar. Denk daarbij aan het in acht nemen van bijzondere waarden, zoals loyaliteit, integriteit en respect voor democratische besluitvorming. De overheid is immers een bijzondere wetgever (ten behoeve van het algemeen belang) en daarin zit een belangrijk verschil met de normen die voor werknemers gelden.

Verder bepaalt het tweede lid van artikel 6 Wnra dat het niet naleven van de verplichting om zich als goed ambtenaar te gedragen geldt ‘als een tekortkoming in het nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt’. Oftewel, een toerekenbare tekortkoming van de overeenkomst - hetgeen ook bekend staat als wanprestatie. Van wanprestatie is op grond van het algemeen verbintenissenrecht sprake wanneer de toerekenbaarheid te wijten is aan de schuld van de schuldenaar of op grond van de wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Ontslag wegens wanprestatie

Indien het mogelijk is om de nieuwe ambtenaar te ontslaan wegens wanprestatie, betekent dit allereerst dat de overheidswerkgever zich niet hoeft te houden aan de normale ontslagbescherming. Dit betekent geen opzegverbod, geen voorschrift over herplaatsing of scholing en – mogelijk – ook geen recht op een transitievergoeding. Onder de in de praktijk meest toegepaste ontslagregels is voor ontslag meer nodig dan ‘slechts’ wanprestatie, namelijk bijvoorbeeld ernstig verwijtbaar handelen, disfunctioneren (hetgeen kan blijken uit een intensief verbetertraject) of een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Denk bijvoorbeeld ook aan een ontslag op staande voet wegens een dringende reden. Artikel 7:686 zou dus – vanwege de mogelijk lagere ontslagdrempel – een belangrijke rol kunnen spelen in het nieuwe ambtenarenrecht. Bovendien is – indien aansluiting wordt gezocht bij het algemeen verbintenissenrecht – een reële vraag of de ambtenaar een schadevergoeding verschuldigd kan zijn wegens zijn wanprestatie?

Welk gedrag zou zoal ontslag wegens wanprestatie kunnen opleveren? In de regel moet sprake zijn van een situatie waarin in redelijkheid niet van de werkgever verwacht kan worden dat hij de arbeidsovereenkomst in stand houdt. Steeds wordt gekeken of de ernst van de wanprestatie ontbinding rechtvaardigt (conform Meijer/De Schelde). Denk bijvoorbeeld aan sjoemelen met declaraties terwijl de ambtenaar bij de Belastingdienst werkt. Of als leidinggevende niet voldoen aan strenge integriteitseisen, zoals vertrouwelijke informatie toespelen naar een journalist.

Vragen?

Heeft u vragen over het ontslagrecht dat van toepassing zal zijn onder het nieuwe ambtenarenrecht? Kunnen wij u daarbij helpen? Neemt u dan contact op met Christian Mutlu (053 -480 4216).