De Wet Franchise

Op 1 januari jl. is de Wet Franchise (“Franchisewet”) in werking getreden. Daarvoor kende het Nederlandse recht geen specifieke wetgeving voor franchise. Wat betekent dit voor de franchisebranche? In deze blog wordt ingegaan op enkele belangrijke hoofdlijnen.

Achtergrond

Franchise is een systeem voor de afzet van goederen of diensten, gebaseerd op een voortdurende samenwerking tussen juridisch en financieel zelfstandige en onafhankelijke ondernemingen: de franchisegever en zijn individuele franchisenemer(s). De franchisegever verleent daarbij aan individuele franchisenemers het recht en legt hen de verplichting op om een bedrijf te exploiteren volgens het concept van de franchisegever. Binnen de franchiserelatie bestaat een zeker overwicht bij de franchisegever ten opzichte van de franchisenemer. Dat is op zich niet problematisch, maar in de praktijk is geregeld gebleken dat de manier waarop de franchisegever het overwicht inzet, tot onredelijke en onwenselijke situaties kan leiden voor de franchisenemer. Doel van de wet is dan ook om de relatie tussen franchisegever en franchisenemer(s) meer in evenwicht te brengen.

De franchiseovereenkomst

In de Franchisewet is vastgelegd wat een franchiseovereenkomst is:

De franchiseovereenkomst is de overeenkomst waarbij de franchisegever aan een franchisenemer tegen vergoeding het recht verleent en de verplichting oplegt om een franchiseformule op de door de franchisegever aangewezen wijze te exploiteren voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten

Bepalend voor de vraag of sprake is van een franchiserelatie is niet de benaming of titel die partijen voor hun overeenkomst hanteren maar de feitelijke inhoud van hun onderlinge relatie.

Goed franchisegever en franchisenemer

Centraal in de Franchisewet staat dat partijen zich gedragen als ‘goed franchisegever’ en ‘goed franchisenemer’. Het veronderstelt een optreden jegens elkaar in redelijkheid en billijkheid, waarbij de franchisegever zich naast zijn eigen belang rekenschap geeft van zowel de belangen van de keten als geheel, als van de individuele belangen van de franchisenemer. Wanneer deze belangen onderling botsen, veronderstelt dit principe dat partijen het gesprek met elkaar aangaan en zich inspannen om te komen tot een wederzijds bevredigende oplossing. Het uitgangspunt van met elkaar omgaan in ‘goed franchisegeverschap’ en ‘goed franchisenemerschap’ wordt voor een deel geconcretiseerd in de vorm van meer specifieke informatie- en overlegverplichtingen. Zo dient de franchisegever op grond van ‘goed franchisegeverschap’ de franchiseformule te blijven ontwikkelen en innoveren en dient de franchisegever de franchisenemer tijdig te informeren over relevante ontwikkelingen.

Informatieverplichtingen in de precontractuele fase

Maar ook voorafgaand aan het sluiten van een franchiseovereenkomst dient de franchisegever de kandidaat-franchisenemer te informeren over allerlei kwesties, zoals:

  • de franchiseovereenkomst, inclusief bijlagen;
  • een overzicht van alle te betalen vergoedingen en opslagen en andere bijdragen inclusief toelichting waarvoor deze dienen;
  • een overzicht van de investeringen die moeten worden gedaan;
  • de wijze waarop en de frequentie waarmee het franchiseoverleg plaatsvindt;
  • de contactgegevens van het vertegenwoordigende orgaan van de franchisenemers (indien aanwezig);
  • de mate waarin en de wijze waarop de franchisegever, al dan niet via een afgeleide formule, in concurrentie kan treden met de franchisenemer;
  • de financiële positie van de franchisegever, voor zover deze redelijkerwijs van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst;
  • financiële informatie over de beoogde locatie of informatie van vergelijkbare franchisevestigingen;
  • de mate waarin, de frequentie waarmee en de wijze waarop de franchisenemer kennis kan nemen van omzet gerelateerde gegevens die de franchisenemer betreffen of voor zijn bedrijfsvoering van belang zijn.

Bovengenoemde informatie moet minimaal vier weken voordat de franchiseovereenkomst gesloten wordt, verstrekt worden. Deze periode van vier weken wordt gezien als een stand-still periode. De franchisegever mag in deze periode geen aanvullende voorwaarden stellen of wijzigingen doorvoeren die mogelijk negatief of bezwarend uitpakken voor de franchisenemer. 

De franchisenemer heeft zelf ook een informatieplicht en moet bijvoorbeeld openheid van zaken geven over zijn financiële situatie. Daarenboven rust op de franchisenemer de verplichting om ‘binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid’ de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Bijstand en ondersteuning door franchisegever

Tijdens de franchiseovereenkomst moet de franchisegever de franchisenemer bijstand verlenen en hem de commerciële en technische ondersteuning bieden die past bij de aard en de strekking van de franchiseformule. Steeds als de franchisenemer behoefte heeft aan ondersteuning, moeten partijen daarover met elkaar in overleg treden. Daarnaast geldt dat op basis van de Franchisewet tenminste één maal per jaar overleg tussen de franchisegever en franchisenemer dient plaats te vinden.

Instemmingsrecht franchisenemer

Indien de franchisegever voornemens is de formule te wijzigen dan wel een afgeleide formule te gaan exploiteren en daarbij een investering en/of  kostenbijdrage en/of vergoeding van de franchisenemer wordt verlangd dan wel te voorzien is dat deze omzet zal derven, heeft de franchisegever voorafgaand instemming nodig van de meerderheid van de franchisenemers dan wel van de individueel getroffen franchisenemer. Het instemmingsrecht zal leiden tot meer invloed van de franchisenemer bij relevante wijzigingen binnen de formule. De franchisegever zal instemmingsplichtige besluiten niet meer eenzijdig kunnen doorvoeren. In de franchiseovereenkomst kan wel een drempelbedrag worden afgesproken voor dit instemmingsrecht. Als de verwachte financiële gevolgen van een beoogde verandering onder dat drempelbedrag blijven, is er geen voorafgaande instemming nodig. De drempelwaarde mag niet zo hoog zijn dat er feitelijk nooit instemming is vereist.

Beëindiging franchiseovereenkomst

De franchiseovereenkomst moet bepalen op welke wijze goodwill die redelijkerwijs is toe te rekenen aan de franchisenemer bij beëindiging van de overeenkomst aan de franchisenemer wordt vergoed indien de franchisegever de franchisevestiging zelf voortzet of daarvoor een nieuwe franchisenemer aantrekt. Daarnaast stelt de Franchisewet eisen aan het concurrentiebeding. Het concurrentiebeding voor een franchisenemer moet op schrift zijn gesteld, mag niet langer duren dan een jaar en qua gebied niet groter zijn dan het exclusieve werkgebied waar de franchisenemer actief was. Een beding dat in strijd is met de Franchisewet is nietig.

Werking franchisewet

Voor franchiseovereenkomsten die dateren voor de datum van de inwerkingtreding d.d. 1 januari 2021, geldt voor wat betreft enkele specifieke bepalingen een overgangsperiode. Dit betreft de artikelen over goodwill, het non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste voor wijzigingen in de franchiseformule. Voor deze onderwerpen geldt een overgangsperiode van twee jaar waarbinnen bestaande franchiseovereenkomsten alsnog in lijn moeten worden gebracht met de nieuwe wet. Nieuwe overeenkomsten, gesloten na 1 januari 2021, moeten direct volledig voldoen aan de wet, dus ook ten aanzien van goodwill, het non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste.

Ten aanzien van in Nederland gevestigde franchisenemers kan niet ten nadele van de Franchisewet worden afgeweken worden. Dit ongeacht het recht dat op de franchiseovereenkomst van toepassing is. Met betrekking tot in Nederland gevestigde franchisenemers kan de Franchisewet dus niet omzeild worden door in de franchiseovereenkomst een rechtskeuze voor een buitenlands rechtsstelsel op te nemen.

Tot slot

Per 1 januari 2021 is de Franchisewet in werking getreden. Omdat de Franchisewet bestaat uit dwingendrechtelijke artikelen zullen bestaande overeenkomsten moeten worden aangepast aan de wet. Bij het in lijn brengen van de franchiseovereenkomsten moet ook worden gekeken naar de overige documenten (zoals bijvoorbeeld het handboek) en de te doorlopen processen.

Heeft u hierover vragen of hulp nodig? Neem dan contact op met marjan.koelemeijer@kienhuishoving.nl of met één van de andere ondernemingsrechtadvocaten.