De uitleg van het begrip ‘gebruik’ in artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor

In deze bijdrage staat een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een praktijkruimte tot kamerverhuur centraal. Het college heeft naar aanleiding van de aanvraag een vergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).

Het college heeft zich bij de verlening van de vergunning onder meer op het standpunt gesteld dat de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan omdat op grond van de bouwregels van het bestemmingsplan uitsluitend één vrijstaande woning mag worden gebouwd. Voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo en artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor) vergunning verleend.

Rechtbank

De aanvraag is volgens de rechtbank in strijd met de bouwregels van het bestemmingsplan, omdat de praktijkruimte wordt voorzien van alle noodzakelijke woonvoorzieningen, de ruimte een eigen ingang krijgt en door het dichtmaken van de tussendeur wordt afgescheiden van de woning, zodat geen sprake meer is van één vrijstaande woning. In het kader van de vraag of het college voor die strijd een omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen, heeft de rechtbank overwogen dat "gebruiken" in de zin van artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor, mede gelet op de Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 september 2014 tot wijziging van het Bor (Stb. 2014, 333, p.54), restrictief moet worden uitgelegd. 

Uitspraak Afdeling

In zijn uitspraak van 13 mei 2020 oordeelde de Afdeling anders. In een uitspraak van 26 oktober 2011 had de Afdeling al eens geoordeeld dat het begrip ‘gebruiken’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo in ruime zin moet worden uitgelegd. Op 13 mei 2020 oordeelde de Afdeling dat dat ook geldt voor het begrip ‘gebruiken’ in artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor. Anders dan de rechtbank meende, moet het begrip dus in ruime zin worden uitgelegd. Dit betekent dat het begrip niet alleen betrekking heeft op het gebruik van bouwwerken, maar ook op het bouwen in strijd met het bestemmingsplan. Dit laat onverlet dat ook bij bouwen in strijd met het bestemmingsplan moet worden voldaan aan de voorwaarden die in artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor worden gesteld, waaronder de voorwaarde dat de bouwactiviteiten de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet mogen vergroten.

Het college was dus bevoegd om met toepassing van artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor vergunning te verlenen om de praktijkruimte te verbouwen tot kamerverhuur en het gebruik als zodanig toe te staan.