KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

De handtekening bij pensioenkeuzes en de zorgplicht

In een eerder blog behandelde ik een arrest van het hof ‘s Gravenhage dat ging over de controle op de handtekening van de partner op een aanvraagformulier. Inmiddels heeft ook de rechtbank in Den Haag uitspraak gedaan in een zaak die over een handtekening van de partner ging. Met die uitspraak wordt de ruimte die het hof uit Den Haag had opengelegd weer behoorlijk ingekaderd.

In de kwestie waarover ik eerder blogde, stelde de partner dat haar handtekening was vervalst en dat zij het helemaal niet eens was met de keuze van de deelnemer. De pensioenuitvoerder had niet gecontroleerd of inderdaad de handtekening van de partner onder het aanvraagformulier stond en kon dus niet bewijzen dat de partner achter ‘haar’ keuze stond. Daardoor handelde de pensioenuitvoerder in strijd met zijn zorgplicht, aldus het hof. In de zaak voor de rechtbank van Den Haag ging het om het volgende:

Partner: “handtekening is niet door mij gezet”

De eisende partij (“de vrouw”) had samen met haar (toenmalige) vriend (“de man”) in 2000 twee levensverzekeringen afgesloten bij Achmea. In 2011 verzocht de man aan Achmea om de verzekeringen af te kopen. Omdat op het aanvraagformulier de handtekening van de vrouw ontbrak, verzocht Achmea om een door zowel de man als de vrouw ondertekend formulier terug te sturen en tevens een kopie van het identiteitsbewijs van de vrouw mee te sturen. Nadat alle gevraagde gegevens waren verstrekt heeft Achmea eind 2011 de beide verzekeringen afgekocht en de waarde (€35.299,24) overgemaakt naar het door de man opgegeven (buitenlandse) bankrekeningnummer.

De vrouw wist echter van niks. Bij de rechtbank eist zij daarom dat Achmea ook aan haar de afkoopwaarde van €35.299,24 uitkeert. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat Achmea haar zorgplicht en onderzoeksplicht heeft geschonden door zonder nadere controle en zonder contact met haar op te nemen de afkoopwaarde over te maken naar de door de man opgegeven bankrekening.

Kopie identiteitsbewijs is voldoende controle

De rechtbank is het hier niet mee eens. Het opvragen van een kopie van het identiteitsbewijs vormt naar het oordeel van de rechtbank namelijk een voldoende controlemechanisme om de vervalsing van handtekeningen tegen te gaan. Een redelijk bekwaam en redelijk handelend verzekeraar mag er – volgens de rechtbank – van uit gaan dat een kopie van een identiteitsbewijs uitsluitend kan worden toegezonden met instemming of medewerking van de eigenaar van het identiteitsbewijs.

En volgens de rechtbank gaat het – vanwege de daarvoor benodigde specialistische kennis – te ver om van een verzekeraar te verlangen dat hij de handtekening op de kopie van het identiteitsbewijs ook nog vergelijkt met de handtekening op het aanvraagformulier.

Dat het zelfs voor een leek zichtbaar was dat de handtekening op het aanvraagformulier geen vloeiende en strakke lijnen vertoonde en houterig en onstabiel was – en dus wel vervalst moest zijn – zoals de vrouw nog stelde, kon haar niet baten. Achmea hoefde de handtekening immers niet te vergelijken met die op de kopie van het identiteitsbewijs.

Ook voor pensioenuitvoerders relevant

Hoewel het in de zaak voor de rechtbank ’s Gravenhage niet om een ‘Pensioenwet-kwestie’ ging ben ik van mening dat deze uitspraak ook in dat soort zaken houvast kan bieden. Ik zie namelijk geen goede argumenten waarom in ‘Pensioenwet-kwesties’ een andere maatstaf zou moeten gelden. Gezegd zou dus kunnen worden dat een pensioenuitvoerder in beginsel aan zijn controle-verplichtingen voldoet indien hij, naast een handtekening van de partner, ook om een kopie van het identiteitsbewijs van de partner vraagt.

De vervolgvraag (die volgens het hof ’s Gravenhage ook lijkt te moeten worden gesteld) is of de partner ook daadwerkelijk instemde met de keuze en of de pensioenuitvoerder dat kan bewijzen. Voor die vraag verwijs ik naar een arrest van het hof ’s Hertogenbosch van 3 februari 2015. Dat hof oordeelde – kort gezegd - dat een pensioenuitvoerder er op mag vertrouwen dat de partner door de deelnemer is geïnformeerd over de keuze waarvoor zij een handtekening zet. Uiteraard moet de pensioenuitvoerder dan wel de deelnemer goed hebben geïnformeerd.

 

Delen op