De eerste uitspraken onder de WHOA zijn een feit

In januari 2021 zijn vijf uitspraken gewezen onder de WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord).

Afkoelingsperiode

In drie van de vijf uitspraken is een afkoelingsperiode gelast. Op grond van artikel 376 Fw kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een afkoelingsperiode verzoeken. Tijdens de afkoelingsperiode kunnen derden goederen van de schuldenaar niet opeisen, anders dan met machtiging van de rechtbank. Voorwaarde is wel dat de derde is geïnformeerd over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte is van het feit dat er een akkoord wordt voorbereid.

Daarnaast kan de rechtbank tijdens de afkoelingsperiode gelegde beslagen opheffen en wordt de behandeling van een verzoek tot verlening van surseance of een faillissement geschorst. Op deze manier wordt getracht te voorkomen dat schuldeisers verhaal nemen op goederen, terwijl de schuldenaar probeert een akkoord tot stand te brengen.

De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van een afkoelingsperiode toewijzen als – na kort onderzoek blijkt dat – aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

  1. de afkoelingsperiode is noodzakelijk om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten, en
  2. op het moment dat de afkoelingsperiode wordt afgekondigd valt redelijkerwijs aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hierbij gediend zijn en de derden, die verhaal willen nemen op goederen van de schuldenaar, niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.

 

Voorwaarde I

In twee van de drie uitspraken is een afkoelingsperiode gevraagd om de onderneming te kunnen voortzetten na homologatie (goedkeuring) van het akkoord door de rechtbank. In één uitspraak is de afkoelingsperiode gevraagd om tot een gecontroleerde afwikkeling van de bedrijfsvoering te komen. Het daadwerkelijk voortzetten van de onderneming, de eerste voorwaarde, tijdens de voorbereiding en onderhandeling over een akkoord is in die casus niet aan de orde. Desondanks wijst de rechtbank het verzoek tot het verlenen van een afkoelingsperiode toe. De rechtbank is van oordeel dat een redelijk wetsuitleg meebrengt dat onder de noodzaak om de onderneming te kunnen blijven voortzetten ook moet worden verstaan voortzetting van de onderneming in het kader van een gecontroleerde afwikkeling. De rechtbank lijkt de wettelijke mogelijkheden wat op te rekken.  

Voorwaarde II

Ten aanzien van de tweede voorwaarde volgt uit de uitspraken van de verschillende rechtbanken dat de aanwezigheid van een externe financier een belangrijk aandachtspunt is. Om te beoordelen of de belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn gediend bij het verlenen van een afkoelingsperiode, wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten uitkering aan schuldeisers in faillissement ten opzichte van de te verwachten uitkering aan schuldeisers bij een akkoord. In een van de uitspraken heeft een schuldenaar ter onderbouwing van de te verwachte uitkering in faillissement een taxatierapport aan de rechtbank overlegd van de aanwezige materiële activa, waaruit de liquidatiewaarde en onderhandse verkoopwaarde blijkt.

Opheffing beslagen

In een van de uitspraken heeft de rechtbank ook beslagen opgeheven. Kennelijk was er beslag gelegd op de inventaris en winkelvoorraad. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat voor het continueren van de onderneming het van belang is dat de schuldenaar vrijelijk kan beschikken over de beslagen goederen, hetgeen van belang is voor de externe financier. Als die financier afhaakt, zal een faillissement spoedig volgen, waarbij de beslagleggers niets zullen ontvangen naar het oordeel van de rechtbank. Op grond van artikel 33 Fw vervallen door schuldeisers gelegde beslagen tijdens faillissement en worden zij vervangen door een algeheel faillissementsbeslag. De rechtbank is van oordeel dat in die situatie de belangen van de beslaglegger niet wezenlijk worden geschaad door het verlenen van de afkoelingsperiode.

Mocht u vragen hebben over de mogelijkheden van het aanbieden van een akkoord onder de WHOA of wordt u geconfronteerd met een eenzijdige wijziging of beëindiging van uw overeenkomst, neem dan contact op met Manon Egberink.