KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

DBFM 2.0 – Nieuwe kansen voor de bouw

De overheid schakelt voor de realisatie van haar bouwprojecten, inclusief infrastructuur, aannemers in. Overheidsfinanciën staan echter onder druk, en overheden hebben steeds minder budget om de aanneemsom van dergelijk omvangrijke projecten bij voltooiing van het project te voldoen. Steeds vaker verlangt die overheid daarom dat die aannemer naast het ontwerp (design) en de realisatie (build), ook de financiering (finance) en het onderhoud (maintenance) van het project op zich neemt.

In die structuur wordt de aannemer door de overheid voor haar prestatie beloond in de vorm van een gedurende langere tijd, bijvoorbeeld 20 jaar, in termijnen te ontvangen beschikbaarheidsvergoeding in plaats van een upfront aanneemsom. Deze vorm van financiering wordt meestal aangeduid met de Engelse term project finance, en gedocumenteerd in een DBFM-contract.

De belangrijkste voordelen van deze constructie zijn dat meer value for money door de overheid wordt verkregen, en dat er een evenwichtige risicoverdeling tussen de overheid en de aannemer tot stand wordt gebracht. Ook wordt wel als voordeel genoemd dat de financiers van de aannemer – meestal een of meerdere banken of institutionele beleggers–een gelijk belang hebben als de overheid, namelijk de continuïteit tijdens de gehele loopduur van het project. Bij een ongestoorde continuïteit worden immers beschikbaarheidsvergoedingen betaald, die (deels) weer worden gebruikt om de aflossingen aan de financiers te voldoen. In die visie treden de financiers dan ook op als extra waakhond ten behoeve van de overheid.

Aanvankelijk zagen de DBFM-structuren alleen op infrastructurele bouwprojecten door de Rijksoverheid, zoals bijvoorbeeld de werkzaamheden aan de N31 en de A15. Rond 2003-2004 werd echter ook begonnen met de toepassing ten aanzien van huisvestingsbehoeften, bijvoorbeeld het belastingkantoor in Doetinchem. Niet alleen het type projecten wordt uitgebreid, ook steeds meer decentrale overheden zien de voordelen van DBFM-contracten en de daaraan gekoppelde projectfinanciering.

In mei 2008 presenteerde de commissie-Ruding dan ook een rapport met aanbevelingen voor een succesvolle toepassing op het niveau van de lagere overheden. Ook de Crisis-en herstelwet, bedoeld om een positieve impuls te geven aan de economie in crisistijd , ziet op het versneld uitvoeren van een reeks projecten waarbij DBFM-structuren een geschikt juridisch kader zouden kunnen vormen. Inmiddels hebben ook diverse lokale overheden met behulp van DBFM-contracten projecten gerealiseerd; recent is begonnen met de bouw van het Integraal Kindcentrum te Ulft.

De voor deze lokale projecten verlangde voorfinanciering door de aannemer is doorgaans – begrijpelijkerwijs - geringer dan de door de Rijksoverheid uitgeschreven projecten. De niet tot de Top 3 van Nederland behorende aannemers (in omzet of omvang) maken daarom kans om de benodigde financieringscomponent rond te krijgen. Wij verwachten dat deze trend zich de komende jaren zal doorzetten. Het verdient dan ook aanbeveling dat aannemers zich verder in deze geïntegreerde contractsvorm verdiepen, willen ze deze overheidsprojecten niet mislopen.

Onze specialisten van de branchegroep Bouw staan u graag bij met de integrale advisering van uw DBFM-contracten, inclusief voorkomende financieringsdocumentatie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diana Gunckel, advocaat Banking & Finance, of Esther Hovenier, advocaat Bouwrecht, tevens leden van de branchegroep Bouw.

 

Delen op