KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Curator: scherprechter tegen wil en dank

Met de inwerkingtreding van de Wet versterking positie curator, per 1 juli 2017, zijn diverse maatschappelijke belangen voor de curator een grotere rol gaan spelen. Wat gebeurt er nu als er voldoende middelen in de boedel beschikbaar zijn om alle schuldeisers te voldoen, terwijl er tevens sprake lijkt te zijn van onbehoorlijk bestuur? Wegen de maatschappelijke belangen in dat geval zwaarder en dient er alsnog een onderzoek naar de oorzaken van het faillissement plaats te vinden?

Wanneer een rechtspersoon (veelal een onderneming) schulden heeft gemaakt en deze niet kan of wil betalen, kan op verzoek van een schuldeiser het faillissement worden uitgesproken. Het faillissement wordt uitgesproken door de rechtbank, die een curator aanstelt. De curator heeft tot taak het beheer en de vereffening van de failliete boedel. De curator krijgt de beschikking en het beheer over het vermogen van de failliete rechtspersoon. De curator behartigt de belangen van de schuldeisers. Hij heeft tot taak alle activa te gelden te maken en de opbrengst onder de schuldeisers te verdelen. In dat kader onderzoekt de curator ook de oorzaken van het faillissement, met daarbij inbegrepen het onderzoek naar eventuele aansprakelijkheid van bestuurders.

Wat gebeurt er nu als er voldoende middelen in de boedel beschikbaar zijn om alle schuldeisers te voldoen, terwijl er tevens sprake lijkt te zijn van onbehoorlijk bestuur?  Daarover heeft de Rechtbank Rotterdam beslist in haar uitspraak van 21 juni 2017.

In de hier besproken casus hebben de bestuurders de rechter-commissaris ex artikel 69 Fw onder meer verzocht de curator te bevelen geen nadere procedures meer in te stellen, welk verzoek door de rechter-commissaris is afgewezen. De bestuurders zijn tegen deze beslissing bij de Rechtbank in beroep gegaan. De Rechtbank Rotterdam heeft uitspraak gedaan op grond van artikel 67 Fw.

De bestuurders van de gefailleerde B.V. stelden zich op het standpunt dat de curator, in het geval er voldoende middelen in de boedel beschikbaar zijn om alle schuldeisers te voldoen, geen belang meer heeft bij een onderzoek naar de oorzaken van het faillissement, met daarbij inbegrepen het onderzoek naar eventuele aansprakelijkheid van bestuurders. Daarnaast stelden de bestuurders zich op het standpunt dat de curator tot afwikkeling en uitbetaling dient over te gaan, zodra hij constateert dat alle schuldeisers voldaan kunnen worden. Deze gedachte lijkt niet gek. De schuldeisers kunnen immers betaald worden, waardoor een eventuele bestuurdersaansprakelijkheidsvordering geen meerwaarde lijkt te hebben. Dit te meer nu het onderzoek naar bestuurdersaansprakelijkheid gepaard zal gaan met kosten. De tijdsbesteding van de curator zal immer worden betaald uit de beschikbare boedel. Men kan zich daarom afvragen wat het daadwerkelijke belang is van het onderzoek naar eventuele bestuurdersaansprakelijkheid. 

De rechtbank overweegt dat de curator is belast met het beheer en de vereffening van de boedel, maar dat het ook zijn taak is om onderzoek te doen naar de oorzaken van het faillissement, zoals bestuurdersaansprakelijkheid. De curator dient bij zijn taakuitoefening rekening te houden met andere belangen dan die van de boedel, waaronder maatschappelijke belangen, de belangen van de gefailleerde zelf en eventuele belangen van werknemers. De (maatschappelijke) belangen bij een gedegen onderzoek wegen zwaarder dan de belangen van de bestuurders van de failliete rechtspersoon om geen onderzoek naar hun eventuele aansprakelijkheid te verrichten in het geval dat alle schuldeisers uit de boedel kunnen worden voldaan. Het is immers voorstelbaar dat in het onderzoek van de curator andere feiten aan het licht komen, zoals strafbare feiten die voor het openbaar ministerie aanleiding kunnen zijn voor verder onderzoek.

De rechter heeft in deze casus aansluiting gezocht bij de Wet versterking positie curator, die met ingang van 1 juli 2017 in werking is getreden. Op grond van deze wet dient de curator bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel onder meer te bezien of er sprake is van onregelmatigheden die het faillissement (mede) hebben veroorzaakt.

De Rechtbank onderstreept dat de curator, wanneer hij daartoe aanleiding ziet, ondanks het feit dat er voldoende middelen in de boedel beschikbaar zijn om de schuldeisers te betalen, onderzoek moet doen naar de oorzaken van het faillissement, waaronder begrepen onderzoek naar eventuele bestuurdersaansprakelijkheid.

Deze uitspraak anticipeert op de inmiddels in werking getreden wetgeving, waarbij de curator scherper moet gaan toezien op diverse maatschappelijke belangen.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of wilt u meer weten over de taak van de curator in een faillissement, neem dan vrijblijvend contact met ons op.