KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Convenant bodem en ondergrond 2016 – 2020

Op 17 maart jl. is een nieuw convenant bodem en ondergrond ondertekend. Dit betreft afspraken tussen het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Vereniging Interprovinciaal overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen.

Het convenant is een doorontwikkeling van het convenant Bodemontwikkelingsbeleid en Aanpak Spoedlocaties uit 2009. Het betreft feitelijk afspraken tussen de genoemde partijen over de wijze waarop in de periode 2016 – 2020 zal worden omgegaan met en beleid zal worden gevormd op het terrein van bodemverontreiniging, grondwaterverontreiniging en verontreinigde waterbodems.

De uitgangspunten van het convenant zijn dat:

a) de gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane, ecologische verspreidingsrisico’s (de zogenaamde spoedlocaties) aan het eind van de convenantperiode zijn gesaneerd en de risico’s in elk geval zijn beheerst;

b) in nog nader te bepalen gebieden minimaal de hoofdlijnen van een gebiedsgericht beheer van (ernstige) grondwaterverontreinigingen zijn vastgesteld;

c) verontreinigde regionale waterbodems, vallend onder het regime van de waterwet zijn aangepakt indien dergelijke verontreiniging een belemmering vormt voor het bereiken van het waterkwaliteitsdoel van het waterlichaam, dan wel dat in elk geval met de uitvoering van maatregelen op deze locatie is gestart en,

d) partijen in staat zijn tot het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en ondergrond.

In het convenant is concreet vastgelegd dat het Rijk in de convenantperiode 610 miljoen euro beschikbaar stelt voor de realisering van de hierboven bedoelde doelstellingen. Ook zal het (wettelijke) instrumentarium worden aangepast. Het is de bedoeling dat de Wet Bodembescherming (WBB) wordt ingebouwd in de Omgevingswet.

De uitgangspunten van die aanpassing zijn dat bodembeleid zich ontwikkeld van saneringsbeleid naar ruimtelijk en economisch ontwikkelingsbeleid op gebiedsniveau. Verder zal de zogenaamds gevalsbenadering na 2015 worden verlaten. Daarvoor in de plaats komt een beheerbenadering die zal uitgaan van een bodem- en watersysteem en worden koppelingen gelegd met duurzame ontwikkeling van boven- en ondergrond. De duurzaamheid zal worden geborgd via kwaliteitsnormen. Taken en verantwoordelijkheden zullen tot slot conform de zogenaamde systeembenadering worden vormgegeven.

Zoals volgt uit het voorgaande is met name sprake van een richting die is aangegeven. Binnenkort zal – met name door de voorgestelde wijziging van de WBB - duidelijk worden hoe alles concreet in gewijzigde wetgeving en regelgeving zal worden vastgelegd.

 

Delen op