KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Boete voor verhuur van woning aan toeristen

Op 11 december 2019 deed de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak over een boete die was opgelegd door burgemeester en wethouders van Amsterdam wegens overtreding van de Huisvestingswet (Hvw). Deze uitspraak is interessant omdat ook de Huisvestingswet een geschikt middel biedt in de strijd tegen verhuur van woningen aan toeristen.

Casus

De gemeente ontving klachten over verhuur van een woning aan vakantiegangers. Na onderzoek van de gemeente bleek de woning op Airbnb te zijn aangeboden en bij die huisbezoeken op afwisselende dagen bleken vakantiegangers in de woning te verblijven. De gemeente legde de eigenaar van de woning een boete op van € 13.500,- wegens overtreding van artikel 21, aanhef en onder a, van de Hvw. Het college merkte de eigenaar als overtreder aan, omdat hij de woning aan de bestemming tot bewoning heeft onttrokken zonder een daartoe vereiste vergunning.

Verweer

De eigenaar was van mening dat het college de boete wegens bijzondere omstandigheden moest matigen. Die omstandigheden waren dat hij te goeder trouw handelde. Toen hij in 2012 begon de woning te verhuren was dat niet verboden. In een e-mail uit 2012 heeft de gemeente aan de eigenaar bevestigd dat geen toestemming van de gemeente is vereist voor het verhuren van zijn woning. De eigenaar vroeg: "I would like to inquire about what permissions or permits I might need for renting out my house? […]." In reactie op die e-mail heeft de gemeente hem laten weten: "You don't need permission of the Council to rent your house. […] At the moment you can only rent your house to someone for an unlimited period." De eigenaar verweerde zich ook door te stellen dat hij niet op de hoogte was van de gewijzigde regelgeving over vakantieverhuur, omdat hij geen professioneel verhuurder is en de Nederlandse taal niet voldoende beheerst. Ook is sprake van bijzondere omstandigheden, omdat zijn financiële draagkracht gering is. Verder had het college de woning voor drie maanden gesloten, zodat hij ook geen inkomsten uit verhuur als woonruimte heeft gehad. Tot slot vond hij dat hij in zijn verdediging was geschaad, omdat de brieven over de boete niet in het Engels waren geschreven.

Oordeel Afdeling

De Afdeling geeft de eigenaar geen gelijk. De Afdeling oordeelt dat alleen verminderde verwijtbaarheid,  een beperkte ernst van een overtreding en een geringe financiële draagkracht kunnen worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden. Het is aan de eigenaar om dat aannemelijk te maken. Dat had de eigenaar niet gedaan. In de e-mail van de eigenaar was geen specifieke vraag over vakantieverhuur gesteld en in de e-mail van de gemeente staat niet dat een onttrekkingsvergunning in verband met vakantieverhuur niet nodig is. Verder lag het op de weg van de eigenaar om zich op de hoogte te stellen van de toepasselijke regelgeving voor vakantieverhuur. Dat hij geen professioneel verhuurder is en de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, is daarbij niet van belang. Ook dan had hij op de hoogte moeten zijn. Ook had de eigenaar niet aannemelijk gemaakt dat hij niet voldoende financiële draagkracht heeft om de boete te betalen en dat hij door de boete onevenredig is getroffen. De gemeente erkende tijdens de zitting dat de strekking van het voornemen tot het besluit de eigenaar te beboeten, hem in het Engels had moeten worden meegedeeld. De Afdeling verbindt daar echter geen consequenties aan. De eigenaar had namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij hierdoor is geschaad in zijn verdediging. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de eigenaar tegen het voornemen om hem een boete op te leggen een zienswijze heeft ingediend en in bezwaar is bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener.

Conclusie

Met artikel 21, aanhef en onder a, van de Hvw hebben gemeenten, naast het bestemmingsplan, een stevig middel in handen om op te treden tegen illegale verhuur van woningen aan vakantiegangers. Vereist is wel dat in de gemeente een Huisvestingsverordening van kracht is waarin de bevoegdheid van artikel 21, aanhef en onder a, van de Hvw is uitgewerkt.

Voor meer informatie neemt u contact op met Erik Averdijk.

 

Share on