KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Boedelbijdrage curator voor uitleveren goederen - wat is redelijk?

Geplaatst op 29 juni 2015 11:57 door Mark Loef

Bij een faillissement van een afnemer kan het voorkomen dat zich nog eigendommen van de leverancier bij de failliet bevinden. Zoals onder eigendomsvoorbehoud geleverde goederen. Indien de eigendom van de goederen genoegzaam aan de curator van de failliete afnemer is aangetoond, dient de curator de eigendom te respecteren en de goederen vrij te geven aan de eigenaar. De curator kan dan een redelijke vergoeding vragen voor het uitleveren daarvan.

Het uitzoeken of de goederen in de boedel vallen of aan een derde toebehoren, behoort uitdrukkelijk tot de taak van de curator. Hij mag de derde hiervoor geen kosten in rekening brengen.

Voor het uitleveren kan hij een boedelbijdrage vragen ter dekking van zijn naar redelijkheid gemaakte kosten. De reden: nadat is komen vast te staan dat de goederen niet in de boedel vallen, behartigt de curator bij de uitlevering uitsluitend de belangen van de eigenaar en niet die van de gezamenlijke schuldeisers. Die eigenaar dient voor de uitlevering te betalen, omdat het uitleveren ten laste komt van het boedelactief en niet in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers. Vaak gaat het om de bestede tijd vermenigvuldigd met het curatorentarief, dat zich in de regel uit in enkele honderden Euro’s. In een uitspraak (2012) van de toenmalige Rechtbank Zwolle is de algemeen geformuleerde regel over wanneer het gerechtvaardigd is om een boedelbijdrage te vragen neergelegd: Link naar uitspraak

In de praktijk kan het voorkomen dat een loopje wordt genomen met deze eenvoudige regel. Zo zijn gevallen bekend waarin curatoren de uitlevering van goederen van derden uitbesteden. Die derden rekenen vervolgens een percentage van de waarde van de uit te leveren goederen, doorgaans beperkt tot een maximum.

Bovengenoemde werkwijze zou ertoe kunnen leiden dat voor het uitleveren van een machine met een waarde van enkele honderdduizenden Euro’s een gemaximaliseerde boedelbijdrage zou worden gevraagd van bijvoorbeeld EUR 20.000,-. Een schril contrast met de werkelijke kosten van een uitlevering. Zelfs als twee volle dagen zouden worden gerekend voor demontage en uitlevering zouden de kosten van de curator (circa 16 uur x circa EUR 200,-) een fractie bedragen van het in rekening gebrachte bedrag.

Ik ben van mening dat het voor de spoedige en efficiënte afwikkeling van het faillissement praktisch kan zijn om het uitleveren van goederen van derden uit te besteden aan een andere partij. Het kan echter niet zo zijn dat deze door de curator ingeschakelde partij de normen die voor de curator gelden niet in acht neemt of kosten rekent waar de noch boedel, noch de partij die uitlevert, recht op hebben.

Indien de curator  zich niet laat overtuigen door het bovenstaande, kan een brief aan de rechter-commissaris volstaan om de zaak op te lossen. Een andere mogelijkheid (bijvoorbeeld bij grote spoed) is onder protest betalen, de goederen ophalen en het naar de mening van de eigenaar teveel betaalde als onverschuldigd betaald terugvorderen bij de rechter. Dat was de aanleiding voor een uitspraak (2010) van de toenmalige Rechtbank Haarlem: Link naar uitspraak, ook gepubliceerd als JOR 2011/264.

Mark Loef is advocaat herstructurering & insolventierecht bij KienhuisHoving advocaten en notarissen te Enschede. Daarnaast wordt Mark regelmatig door de rechtbank tot faillissementscurator aangesteld.

 

Delen op