KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Besluit Financiën aftrek inkomstenbelasting buitenlandse monumenten

De aftrek in de inkomstenbelasting voor uitgaven voor monumentenpanden was beperkt tot in Nederland gelegen monumenten. Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat deze beperking gerechtvaardigd is. De aftrek moet echter ook openstaan voor eigenaren van buitenlandse monumenten die verband houden met het Nederlands cultuurhistorisch erfgoed. Financiën heeft in een recent besluit een goedkeuring opgenomen.

Op 18 december 2014 heeft het Europese Hof van Justitie prejudiciële vragen beantwoord van de Raad van State en het Hoge Raad. De Raad van State moest zich uitspreken over de vraag of de afwijzing van een NSW-rangschikkingsverzoek van het Britse landgoed The Bean House was gerechtvaardigd. De Hoge Raad moest oordelen over de vraag of de monumentenaftrek in de inkomstenbelasting ook geldt voor buitenlandse monumenten.

Naar het oordeel van het Europese Hof is de beperking dat landgoederen en monumenten in Nederland gelegen moeten zijn voor de toepassing van de fiscale faciliteiten gerechtvaardigd. Wel moeten deze faciliteiten ook openstaan voor eigenaren van monumenten en landgoederen die op buitenlands grondgebied zijn gelegen, maar verband houden met het Nederlandse cultuurhistorische erfgoed. Ik verwijs ook naar mijn blog van 29 mei 2015.

De Raad van State heeft onder verwijzing naar voormelde uitspraak van het Europese Hof op 22 juli 2015 geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat The Bean House een element van het Nederlands cultuurhistorisch erfgoed vormt. De staatssecretarissen van Financiën en Economische Zaken hoefden The Bean House dus niet te rangschikken onder de werking van de Natuurschoonwet 1928.   

De Hoge Raad besliste op 1 mei 2015 eveneens conform voormelde uitspraak van het Europese Hof. In deze zaak komt aan de eigenaar van een Belgisch kasteel geen monumentenaftrek toe, omdat het kasteel geen element vormt van het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland.

Om voormelde uitspraken te effectueren en vooruitlopend op de wetgeving heeft de staatssecretaris van Financiën met betrekking tot de inkomstenbelasting het besluit van 7 september 2009, nr. CPP2009/1290M gewijzigd bij een besluit van 2 juli 2015, nr. BLKB/2015/762M. In het nieuwe besluit wordt goedgekeurd dat de aftrek voor uitgaven voor monumentenpanden ook openstaat voor monumentenpanden die zijn gelegen op het grondgebied van een andere EU-lidstaat, mits:

-  aan alle overige voorwaarden van artikel 6.31 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 is voldaan;

-  de eigenaar van het monumentenpand een erkenning heeft van de minister van Onderwijs, Cultuur

    en Wetenschap dat:

    -               het monumentenpand een element vormt van Nederlands cultureel erfgoed; en

    -               het monumentenpand voor aanwijzing op grond van de Monumentenwet 1988 in

                    aanmerking zou komen als het op Nederlands grondgebied zou zijn gelegen.

Het besluit werkt terug tot en met 18 december 2014. De wijze waarop een eigenaar een verzoek kan indienen en kan aantonen dat aan voormelde voorwaarden is voldaan, alsmede de criteria aan de hand waarvan een verzoek om erkenning wordt beoordeeld zal nader worden vastgesteld in een beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Chantal Kolk, kandidaat-notaris KienhuisHoving N.V. te Enschede, lid van de branchegroep Cultureel Erfgoed en Landgoederen.

 

Delen op