KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Bescherming nationaal cultuurhistorisch erfgoed toegestaan?

De Nederlandse wetgever biedt eigenaren van monumenten en landgoederen fiscale faciliteiten in ruil voor de instandhouding hiervan. De faciliteiten zijn beperkt tot in Nederland gelegen onroerende zaken. Is deze beperking in strijd met het EU-recht? Het Europese Hof van Justitie heeft hier onlangs twee uitspraken over gedaan.

Door hun bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke waarde zijn monumenten onmisbaar en onvervangbaar voor het Nederlandse cultuurbezit. Landgoederen zijn van belang voor het behoud van het landschappelijke karakter en het natuurschoon. Eigenaren van monumenten en landgoederen kunnen een beroep doen op fiscale faciliteiten in ruil voor de instandhouding hiervan. Een voorwaarde is dat de monumenten en landgoederen in Nederland zijn gelegen. De Raad van State en de Hoge Raad hebben onlangs in een tweetal zaken hierover prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (“Hof”).

NSW-faciliteiten buitenlandse landgoederen?

In de eerste zaak diende een Nederlandse eigenaresse een verzoek tot rangschikking in van haar in het Verenigd Koninkrijk gelegen landgoed. De Nederlandse was voornemens dit landgoed vervolgens te schenken aan haar zoon met gebruikmaking van de faciliteiten van de Natuurschoonwet 1928 op het gebied van de schenkbelasting. De Natuurschoonwet 1928 stelt onder meer als voorwaarde dat het landgoed in Nederland gelegen moet zijn. Het verzoek tot rangschikking wordt om die reden dan ook afgewezen. Is deze beperking in strijd met het EU-recht? De Raad van State moet zich over dit geschil uitspreken en stelt prejudiciële vragen aan het Hof.

Het Hof overweegt dat beperkingen in het vrije verkeer van kapitaal verboden zijn, met dien verstande dat er rechtvaardigingen kunnen zijn om de beperking te kunnen verenigen met het EU-recht. Het doel van de NSW-vrijstelling is de ongeschonden staat van landgoederen die typerend zijn voor het traditionele Nederlandse landschap te beschermen tegen de versnippering en teloorgang. Dit laatste kan het gevolg zijn van het feit dat de ontvangers van de schenking mogelijk gedwongen worden, teneinde de belasting te kunnen voldoen, een landgoed te verkavelen en een deel daarvan te verkopen dan wel het landgoed te exploiteren op een wijze die schadelijk zou zijn voor het specifieke karakter daarvan. Het Hof oordeelt in haar arrest van 18 december 2014 dat de regels omtrent het vrije verkeer van kapitaal zich niet verzetten tegen een wettelijke regeling die bepaalde landgoederen beschermd omdat zij behoren tot het nationaal cultuurhistorisch erfgoed. Landgoederen die zijn gelegen op het grondgebied van een andere lidstaat en verband houden met het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland mogen niet zijn uitgesloten van deze faciliteit.

 Monumentenaftrek inkomstenbelasting buitenlandse monumenten?

In de tweede zaak voerde een belastingplichtige in zijn aangifte voor de Nederlandse inkomstenbelasting uitgaven voor zijn kasteel in België op als een persoonsgebonden aftrekpost. Ter bescherming van het nationaal cultuurhistorisch erfgoed kunnen in Nederland eigenaren van monumenten onderhoudskosten aftrekken van hun fiscaal belastbaar inkomen. Een voorwaarde is dat de onroerende zaak is ingeschreven in het Nederlandse monumentenregister. De inspecteur weigert de om deze reden de aftrek. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof, die op 18 december 2014 oordeelt dat het EU-recht zich niet verzet tegen een wettelijke regeling van een lidstaat die, teneinde het nationaal cultuurhistorisch erfgoed te beschermen, de aftrek van de kosten van monumentenpanden enkel mogelijk maakt voor eigenaren van monumenten die op zijn grondgebied zijn gelegen, voor zover deze mogelijkheid openstaat voor eigenaren van monumenten die, ondanks het feit dat zij op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gelegen, verband kunnen houden met het cultuurhistorisch erfgoed van eerstbedoelde lidstaat.

De Hoge Raad beslist onder verwijziging naar vorenstaande uitspraak van het Hof op 1 mei 2015 dat er in deze zaak geen aanwijzingen bestaan dat het Belgische kasteel een element vormt van het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland. Aan de eigenaar van het kasteel komt derhalve geen aftrek toe.

Conclusie

In beide zaken heeft het Hof geoordeeld dat de beperking dat landgoederen en monumenten in Nederland gelegen moeten zijn voor de toepassing van de betreffende fiscale faciliteiten gerechtvaardigd is. Wel moeten deze faciliteiten ook opstaan van eigenaren van landgoederen en monumenten die op buitenlands grondgebied zijn gelegen, maar verband kunnen houden met het Nederlandse cultuurhistorisch erfgoed.

Chantal Kolk, kandidaat-notaris KienhuisHoving N.V. te Enschede, lid van de Branchegroep Cultureel Erfgoed & Landgoederen.

 

 

 

Delen op