KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Asbestbrand: noodzaak tot spoedige sanering en kostenverhaal bestuursdwang

Nu al bestempeld tot de grootste Nederlandse asbestramp ooit: afgelopen week, dinsdag 16 december 2014, woedde er een zeer hevige brand in een botenloods in de jachthaven van Roermond.

Bij deze brand zijn twee loodsen en tientallen jachten in vlammen opgegaan. Als gevolg van deze brand heeft zich asbest afkomstig van de daken van de loodsen verspreid tot op grote afstand van de locatie van de brand tot in de binnenstad van Roermond. De gevolgen van deze brand en de daarmee vrijgekomen asbestverontreiniging zijn dan ook aanzienlijk: de noodverordening is van kracht verklaard en het centrum van Roermond is een aantal dagen afgesloten geweest voor al het inkomend verkeer en (winkelend) publiek. Voordat het dagelijks leven weer zijn gang kan gaan, zal eerst alle asbest moeten worden opgeruimd.

De vraag rijst vervolgens op wie de kosten van het opruimen of saneren van de asbestverontreiniging kunnen worden verhaald.

Zorgplicht en kostenverhaal
In een recente uitspraak uit oktober 2014 bevestigt de Raad van State haar jurisprudentie dat de drijver (de ‘feitelijk exploitant’) van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer na een brand zorg dient te dragen voor de verwijdering van asbestdeeltjes op zijn eigen terrein én in de omgeving daarvan (zie ook mijn annotatie bij deze uitspraak, AB 2014/445). De grondslag hiervoor is gelegen in de Wet milieubeheer. Als het om een brand in een inrichting gaat, wordt een dergelijke brand aangemerkt als een ongewoon voorval zoals bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer. De drijver van deze inrichting dient onmiddellijk maatregelen te treffen om de nadelige gevolgen van dit voorval zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Daarnaast kent artikel 1.1a van de Wet milieubeheer nog een algemene zorgplicht die zich richt tot een ieder. Ook op grond hiervan dienen direct maatregelen te worden getroffen ter beperking of tot het ongedaan maken van de gevolgen van het voorval.

In (zeer) spoedeisende gevallen is de gemeente bevoegd om direct op te treden door middel van spoedeisende bestuursdwang. De kosten hiervan kunnen vervolgens op de overtreder worden verhaald. In voornoemde zaak was de overtreder niet onmiddellijk overgegaan tot het saneren van de asbestverontreiniging, omdat hij een nadere reactie van zijn verzekeraar wilde afwachten. Dit is echter geen reden voor uitstel van de asbestsanering! Dat de verzekeraar niet (onmiddellijk) uitsluitsel geeft over de eventuele dekking, heeft niet tot gevolg dat het bestuursorgaan niet over kan gaan tot verhaal van de gemaakte kosten op de overtreder.

Snelle actie noodzakelijk
Als bij een brand asbest vrijkomt, is er sprake van een acute bedreiging voor de volksgezondheid en het milieu. Daarbij speelt het risico op verspreiding van de asbestdeeltjes een rol. Naarmate de asbest langer blijft liggen wordt het risico op verspreiding door bijvoorbeeld de wind of door mensen vergroot. Snelle actie waarbij zo spoedig mogelijk tot sanering wordt overgegaan, is dan ook noodzakelijk. De brand dient zo snel als mogelijk is te worden gemeld en het verdient aanbeveling om daarbij meteen in overleg te treden met het bevoegd gezag om de gevolgen zo spoedig mogelijk ongedaan te maken – en daarmee te trachten ook de kosten te beperken.

Eigenaren en exploitanten van opstallen waarin asbest is verwerkt, lopen dus een risico. Het kan dan ook de moeite waard zijn om te laten inventariseren wat de kosten zijn van het saneren van de asbest in de opstallen en om een asbestsanering uit te laten voeren, om zo het risico van schade als gevolg van asbestverontreiniging aanzienlijk te beperken.

 

Delen op