Aftreden als bestuurder, mag dat altijd?

Als de enig bestuurder van een rechtspersoon opstapt, is de rechtspersoon stuurloos. Een Duitse rechter toetste recent dat aftreden aan het leerstuk van misbruik van recht. In Nederland zal hierbij de norm van redelijkheid en billijkheid gelden.

Veel bestuurders en toezichthouders zullen hun functie op enig moment (willen) beëindigen. De aanvaarding van deze functie is vrijwillig. Niemand kan tegen zijn wil gedwongen worden bestuurder of toezichthouder te zijn.

Betekent dat ook, dat de functie op elk gewenst moment neergelegd kan worden ? In de Nederlandse literatuur en rechtspraak komt dit onderwerp tot dusver weinig aan de orde. In Duitsland is hierover onlangs een interessante uitspraak verschenen.

Voor de leesbaarheid wordt hierna over bestuurder gesproken, hiervoor kan ook toezichthouder gelezen worden. De gevolgen van een eventuele arbeids- of managementovereenkomst blijven buiten beschouwing.

Duitse rechter: geen aftreden bij misbruik van recht

In de Duitse uitspraak weigerde het handelsregister aanvankelijk de enige bestuurder uit te schrijven. De vennootschap bevond zich economisch in problemen. Door het aftreden werd de vennootschap stuurloos.

Het Oberlandsegericht Düsseldorf hakt de knoop door. Het aftreden als bestuurder is toegestaan, ook als er geen duidelijke reden voor aanwijsbaar is of op een ongeschikt moment plaatsvindt. Aftreden is echter niet toegestaan bij misbruik van recht. Misbruik van recht doet zich voor, volgens de uitspraak, als de enig bestuurder ook enig aandeelhouder is en geen nieuwe bestuurder(s) benoemt. De vennootschap kan dan niet meer handelen en bijvoorbeeld schuldeisers voldoen. In de uitspraak was de bestuurder echter een derde en werd het aftreden toelaatbaar geacht.

Aftreden  in Nederland: redelijkheid en billijkheid

 De Duitse uitspraak is natuurlijk niet direct op Nederlandse rechtspersonen van toepassing. Toch lijkt mij, dat deze zorgvuldigheidseisen ook in Nederland zouden moeten gelden.

Artikel 2:8 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat betrokkenen bij een rechtspersoon zich naar redelijkheid en billijkheid moeten gedragen. Dat is een open norm. Deze norm betekent naar mijn mening, dat de bestuurder de rechtspersoon niet met het aftreden mag overvallen.

Veel zal afhangen van de concrete situatie waarin de bestuurder opstapt. De bestuurder zou de algemene vergadering of zijn mede-bestuurders een redelijke termijn moeten gunnen om in de opvolging te kunnen voorzien. Zij worden anders mogelijk overvallen door het vertrek.De positie van de enige bestuurder wordt daarmee wel verzwaard  ten opzichte van de situatie met meerdere bestuurders.

Bij een stichting voorziet het bestuur vaak zelf in vacatures (coöptatie). Als het gehele bestuur of de enig bestuurder opstapt, is de stichting stuurloos en kan niemand een nieuwe bestuurder benoemen. Uiteindelijk kan de rechtbank verzocht worden bestuurders te benoemen, maar dat is een moeizame procedure.

Formaliteiten rondom aftreden, handelsregister

Rondom aftreden  gelden geen bijzondere formaliteiten. De bestuurder of toezichthouder zal wel een kennisgeving moeten doen aan de rechtspersoon. De enig bestuurder van een B.V. zou de kennisgeving moeten richten aan de algemene vergadering.

De bestuurder zal zich ook moeten (doen) uitschrijven bij het handelsregister. Zonder uitschrijving blijft de bestuurder extern bevoegd en verantwoordelijk.

Door aftreden geen bevrijding van aansprakelijkheid, decharge werkt beperkt

Een bestuurder die aftreedt, zou kunnen denken dat hij daarmee van alle, ook voorgaande, aansprakelijkheid wordt bevrijd. Dat is niet het geval.

De bestuurder blijft verantwoordelijk voor de handelingen tijdens zijn bestuurderschap. Het verlenen van kwijting (decharge) helpt naar buiten toe ook niet. Kwijting houdt in dat de bestuurder geacht wordt zijn taak behoorlijk te hebben vervuld. Hij  kan dan (intern) door de vennootschap niet meer aangesproken worden. Derden, zoals schuldeisers of een curator, kunnen (en zullen) deze kwijting naast zich neer leggen.

Conclusie

Ook in Nederland kan een te abrupt aftreden als bestuurder in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid. Dit zal zich met name voordoen als de enig bestuurder of alle bestuurders aftreden.  

 Matthijs van Rozen

Oberlandesgericht Düsseldorf, I-25 Wx 18/15