KienhuisHoving-Academy KienhuisHoving-Academy
Website
KienhuisHoving-Academy

Afschaffing ambtenarenstatus

Lang was het de vraag of het zou gebeuren, de afschaffing van de ambtenarenstatus, maar op 8 november jl. was het dan toch zover. De Eerste Kamer stemde in meerderheid voor.

Dat betekent dat niet langer de ambtenaar is aangesteld in overheidsdienst, maar net als iedere andere werknemer een arbeidsovereenkomst met die overheid heeft, enkele uitzonderingen daargelaten. Bij geschillen is niet langer de ambtenarenrechter bevoegd, maar de kantonrechter (die normaliter al kennis nam van arbeidsgeschillen).

De huidige generatie van jonge ambtenaren heeft dus ‘gewonnen’. Zij herkende zich niet meer in een bijzondere rechtspositie voor overheidsdienaren. Of je nu in dienst bent van een overheid of een normale werkgever, het maakt niet uit.

Historich perspectief

In historisch perspectief was die rechtspositie echter wel heel logisch. Wilde de overheid haar beleid - in landsbelang - realiseren dan had zij betrouwbare uitvoerders nodig die zij gericht moest kunnen inzetten. Bevel is bevel, dus zonder al teveel inspraak. Dat was in het Romeinse Rijk al zo. Door de eeuwen heen groeide het ambtenarenkorps, zeker toen - in de recente geschiedenis -  de overheid zich ontwikkelde van nachtwakersstaat, via verzorgingsstaat tot welvaartsstaat. 

‘Je hebt mensen en je hebt ambtenaren’, zei mijn docent staatsrecht destijds. Maar ambtenaren zouden zich, zeker sinds het VVDM-arrest van 1971 (waarbij ambtenaren het recht kregen om te staken), tot normale werknemers emanciperen. De ambtenaar werd een 'normaal' mens. Dat proces kent een (voorlopige) ontknoping met het besluit van de Eerste Kamer.  Voorlopig, want degene die nu denkt dat wij er zijn, komt bedrogen uit. FNV Overheid poogde al door een kort geding te voorkomen dat de wet ondertekend zou worden. Tevergeefs, op 17 november jl. wees de voorzieningenrechter het verzoek van FNV Overheid af (ECLI:NL:RBDHA:2016:13777).

Uitzonderingen

De overheidsbond was van mening dat de wet haar doel voorbij zou schieten en de situatie niet gelijk zou trekken. Dat klopt, voor de rechtelijke macht, defensie en politie verandert er niets. Ik kan dat begrijpen. Stel je voor dat wanneer de staat bedreigd wordt, niet vertrouwd kan worden op leger, politie of justitie. Maar, zegt de bond, degenen die de ambtenarenstatus verliezen, krijgen nog met allerlei uitzonderingen te maken.

Bijvoorbeeld de beperking van hun grondrechten, een eenzijdig vastgesteld ambtelijk statuut en het feit dat de politiek het voor het zeggen blijft houden binnen de medezeggenschap. Ook blijft de politieke invloed op de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren bestaan. Een en ander valt niet te ontkennen, maar is - opnieuw - in historisch perspectief zo gek nog niet. Het is te verdedigen dat belangen van individuele werknemers in overheidsdienst onder omstandigheden moeten wijken voor het algemene landsbelang.

Een veranderde wereld?

FNV Overheid heeft het kort geding dus verloren. Maar is daarmee de wereld veranderd? Niet onmiddellijk. Niet vergeten moet worden dat wij spreken over zo’n 480.000 ambtenaren, verspreid over de centrale overheid, provincies, gemeenten, waterschappen, en onderwijs. Voordat hun respectieve rechtsposities ‘vertaald’ zijn in collectieve arbeidsovereenkomsten, is nog het nodige water door de Rijn gestroomd. En zolang er geen CAO’s zijn, blijven de (ambtenaarrechtelijke) rechtspositionele regelingen van kracht.

Ondertussen springen de cursussen Arbeidsrecht (WWZ) voor de Overheid als paddenstoelen uit de grond. In het licht van het bovenstaande kan de vraag gesteld worden of die cursussen niet te vroeg komen. Eerst maar eens de eenzijdige arbeidsvoorwaarden van ambtenaren in wederkerig cao’s gieten, en wel zo dat een en ander werkt. Ik bedoel daarmee te zeggen dat het gemakkelijk is ambtenaarrechtelijke bepalingen woordelijk in cao’s op te nemen. Maar daarmee werken ze nog niet.  

Civiel Arbeidsrecht

Hoe vertaal je het limitatieve en gesloten stelsel van ontslaggronden, dat zo kenmerkend is voor het Ambtenarenrecht, in civiel arbeidsrecht? Hoe spring je om met het voor ambtenaren zo specifieke procesrecht? En bij dit alles moet bedacht worden dat verworven rechten van (voorheen-) ambtenaren, in ieder geval enige tijd, gerespecteerd moeten worden. Geluk is wel dat in het recente verleden de wetgever bij de invoering van de Wet Werk en Zekerheid op harmonisatie van het ambtenarenrecht gepreludeerd heeft door het civiele (!) arbeidsrecht al op ambtenaarrechtelijke leest te schoeien.

Tot slot: bij arbeidsconflicten komt de ambtenaar voortaan bij de kantonrechter terecht. Als lijdelijke rechter kijkt die heel anders aan tegen de zaak dan de actieve ambtenarenrechter. Ook dat is een verandering, waarmee rekening gehouden moet worden. P&O-ers en juristen bij overheden komen in een totaal andere wereld terecht. Van dossiervorming, via daadwerkelijk besluit tot en met de behandeling ter zitting: overheden en hun pleitbezorgers zullen zich anders moeten gaan opstellen. Zie daarover: F.J. van der Vaart, ‘De (onderwijs-) werknemer: geschikt of ongeschikt, een verkenning op de grens van het ambtenarenrecht en het arbeidsrecht’, in: Co & co, Liber Amicorum, aangeboden aan Dr. J.W. van Zundert, Deventer 2013, p.67-77.

Hulp nodig bij het omzetten van ambtenaarrechtelijke bepalingen in civiel kaders? Voorlichting over hoe de praktijk zal veranderen? Bel of mail met: fransjozef.vandervaart@kienhuishoving.nl (053-4804236) of met mijn kantoorgenoot: henry.vanessen@kienhuishoving.nl (053-4804744).

Frans Jozef van der Vaart