Aardgasleidingen en bestemmingsplannen

In artikel 14 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (hierna: Bevb) is bepaald dat een bestemmingsplan de ligging van de aanwezige buisleidingen en de daarbij behorende belemmeringenstrook dient weer te geven. De raad van de gemeente Midden-Delfland stelde een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied vast, het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras".

Het plan actualiseert en herziet het moederplan "Buitengebied Gras". In het plangebied ligt een golfbaan en onder die golfbaan ligt een hogedruk gasleiding van de Gasunie. Gasunie kon zich niet verenigen met het plan vanwege het ontbreken van de leiding en de hierbij behorende bestemming "Leiding - Gas" op de verbeelding van het nieuw plan. De zaak werd aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State voorgelegd. Zij deed op 3 juni 2020 uitspraak. Lees hier hoe de Afdeling de plansystematiek rond aardgasleidingen beoordeelt.

Het betoog van Gasunie

Gasunie betoogde dat ter plaatse van de bestemming "Recreatie - Golfbaan" de aanwezige leiding ten onrechte niet is weergegeven op de verbeelding. In de nota van zienswijzen heeft de raad aangegeven dat de leiding in het definitieve plan zou worden weergeven; dit heeft de raad in het vastgestelde plan echter nagelaten. Daarnaast betoogde Gasunie dat het plan in strijd met artikel 14b Bevb is vastgesteld.

Het verweer van de raad

Het bestemmingsplan is volgens de raad opgesteld volgens een systematiek waarbij alleen de veranderingen ten opzichte van het moederplan "Buitengebied Gras" op de verbeelding van de herziening worden afgebeeld. De verbeelding van het moederplan en de verbeelding van de herziening gelden samen als verbeelding van het geldende bestemmingsplan. De leiding staat wel afgebeeld op de verbeelding van het moederplan. Het opnemen van de leiding op de verbeelding van het bestreden plan is daarom volgens de raad niet nodig. De herziening van het bestemmingsplan leidt niet tot het vervallen van de dubbelbestemming "Leiding - Gas". Daarom voldoet de bestemmingsregeling die geldt ter plaatse van de leiding aan artikel 14 van het Bevb, aldus de raad.

In de nota van zienswijzen is abusievelijk aangegeven dat het plan zou worden gewijzigd en dat de leiding opgenomen zou worden op de verbeelding van de herziening van het plan. Dat is volgens de raad dus toch niet nodig. 

De plansystematiek

Het plangebied van de herziening komt overeen met die van het moederplan. In paragraaf 1.3 van de plantoelichting staat: "Voor de locaties waar de enkelbestemming of binnen de enkelbestemming (bestemming, bestemmingsvlak en/of specifieke aanduiding) een wijziging is doorgevoerd, is de gehele enkelbestemming op de verbeelding weergegeven. Voor de locaties waar de dubbelbestemming of gebiedsaanduiding is gewijzigd, is alleen deze wijziging op de verbeelding weergegeven. Voor de regels geldt dat de totale regels zijn opgenomen in dit plan, maar dat alleen de gemarkeerde regels deel uitmaken van deze eerste herziening. Door deze werkwijze is in één oogopslag duidelijk hoe de aanvullingen op de regels passen in die van het 'moederplan' 'Buitengebied Gras'. De wijzigingen dan wel aanvullingen/verwijderingen als gevolg van deze herziening zijn in de regels aangegeven met arceringen: een doorhaling met groene arcering voor een vervallen tekst (voorbeeld) en een gele arcering voor een toevoeging (voorbeeld). Alleen de geel of groen gemarkeerde aanpassingen maken dus juridisch-planologisch onderdeel uit van deze parapluherziening. De niet gemarkeerde regels zijn enkel ter informatie opgenomen zodat een goed beeld ontstaat van de nieuwe regels en hoe deze ingepast zijn in de (bestaande) regels van het moederplan."

Het oordeel van de Afdeling

Op zichzelf kan in overeenstemming met het systeem van de Wet ruimtelijke ordening een bestemmingsplan worden vastgesteld dat alleen voorziet in de planonderdelen (bestemmingen, aanduidingen en regels) die ten opzichte van een bestaand bestemmingsplan worden gewijzigd. Gelet op de rechtszekerheid is evenwel vereist dat de planregels in een zogenoemde schakelbepaling ondubbelzinnig bepalen dat de verbeelding en planregels uit het vorige bestemmingsplan al dan niet gedeeltelijk van (overeenkomstige) toepassing blijven. Voorts dient in de planregels te zijn vastgelegd voor welke gronden het nader te noemen bestemmingsplan al dan niet gedeeltelijk van toepassing blijft.

Een dergelijke schakelbepaling ontbreekt in de planregels van de bestemming "Leiding - Gas". Het plan is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel vastgesteld. Nu het bestemmingsplan de ligging van de in het plangebied aanwezige buisleiding, alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook, niet weergeeft is het plan ook in strijd met artikel 14 van het Bevb.

De raad heeft in de nota van zienswijzen behorend bij het vaststellingsbesluit aangegeven dat de leiding op de bewuste plaats zal worden weergeven en geconcludeerd dat de zienswijze van Gasunie leidt tot aanpassing van het plan. De raad heeft echter nagelaten dit vervolgens in het plan te regelen. In zoverre is het plan vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

Conclusie

Door in de herziening geen schakelbepaling op te nemen voor de aardgasleiding, werd het bestemmingplan in strijd met het Bevb en het rechtszekerheidsbeginsel vastgesteld. De raad van Midden-Delfland krijgt 16 weken de tijd om dit gebrek te herstellen.