Aanvaarding en oplevering van het werk onder de UAV-GC

Opleveringsgeschillen komen bij geïntegreerde contracten minder voor dan bij traditionele bouwcontracten. Toch is juist dit onderwerp uitgebreid aan bod gekomen in een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag. Een goede gelegenheid om bij dit onderwerp stil te staan.

UAV-GC

De aanvaarding en oplevering van het werk is geregeld in paragraaf 24 van de UAV-GC. Samengevat komt het erop neer dat zodra de aannemer het werk gereed acht, hij de opdrachtgever schriftelijk verzoekt het werk te aanvaarden. Vervolgens heeft de opdrachtgever 14 dagen de tijd om het werk al dan niet te aanvaarden. Wordt het werk aanvaard, dan geldt (in tegenstelling tot de UAV 2012) als opleverdatum de datum van verzending van het verzoek van de aannemer.

Wanneer is het werk aanvaard?

In de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 februari 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:1239) had een aannemer een verzoek tot aanvaarding verzonden aan de gemeente Den Haag. Na een opname van het werk is door de gemeente een restpunten-/opleverpuntenlijst toegezonden, waaruit de aannemer afleidt dat het werk is aanvaard en opgeleverd. De gemeente verklaart ter zitting echter dat aan het einde van de opname is gezegd dat er niet is opgeleverd. Daarbij overlegt de gemeente een brief van de aannemer van na de opname, waarin de aannemer zelf verwijst naar deze opmerking. Hieruit leidt de rechtbank af dat de aannemer er zelf ook van uitging dat het werk niet was opgeleverd.

Vervolgens stelt de aannemer dat het werk (fictief) is aanvaard, doordat de gemeente niet schriftelijk heeft gemeld dat zij het werk niet heeft aanvaard (paragraaf 24 lid 4 UAV-GC). De rechtbank oordeelt dat conform het bepaalde in lid 5 van deze paragraaf van fictieve oplevering pas sprake kan zijn, indien na het uitblijven van een reactie van de gemeente, de aannemer nogmaals per aangetekende brief een verzoek tot aanvaarding van het werk verstuurt en de gemeente ook daarop niet reageert. Dit had de aannemer niet gedaan, zodat volgens de rechtbank geen sprake is van een fictieve oplevering.

Het laatste anker waarvoor de aannemer gaat liggen, is de door haar enige tijd later van de gemeente ontvangen prestatieverklaring voor betaling van de laatste bouwtermijn. Uit deze afgifte volgt volgens de aannemer dat het werk door de gemeente is aanvaard en opgeleverd. De rechtbank oordeelt echter dat het enkele feit dat het werk voltooid is, niet betekent dat dit door de gemeente is aanvaard.

Conclusie

De rechtbank komt tot de conclusie dat het werk nog niet is opgeleverd.

Heeft u vragen over deze bijdrage of over aanvaarding en oplevering onder de UAV-GC? Neem dan contact op met één van onze bouwrechtadvocaten.

Deze blog verscheen eerder als artikel in Bouwen in het Oosten.