Aansprakelijkheid van scholen in coronatijd

Het kabinet wil dat scholen in het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs op 11 mei hun deuren weer openen. Wat betekent dit voor het onderwijspersoneel? Kan een school aansprakelijk worden gesteld indien een docent het virus vat?

Vanaf het moment dat de uitbraak van het coronavirus Nederland heeft bereikt, heeft de overheid besloten om de scholen fysiek te sluiten. Scholen geven in de tussentijd onderwijs op afstand. Het besluit hiertoe geldt tot maandag 11 mei: vanaf die datum zal het onderwijsland weer ‘beheerst’ haar taken oppakken. Voor middelbare scholen geldt daarentegen dat deze mogelijk ook na 1 juni nog niet open zullen gaan voor scholieren. Een veel gehoorde vraag in dit licht is of het wel verantwoord is om de basisscholen ‘nu al’ beschikbaar te maken voor de leerlingen en het onderwijspersoneel.

De nieuwe situatie

Onderdeel van het nieuwe besluit is dat kinderen in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs weer volledig (100%) naar school gaan. Basisscholen verkleinen daarentegen de groepsgrootte in de klas, en kinderen gaan daarbij 50% van de tijd naar school. De voorzorgsmaatregelen die de overheid voorstelt zijn het preventief houden van 1,5 meter afstand tussen kinderen en volwassen. Daarbij geeft het kabinet aan: ‘minder afstand levert geen gevaar op, maar kijk wat er kan’. Dit houdt in bepaalde gevallen ook in dat de volwassen docenten in fysieke aanraking moeten komen met de kinderen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een leerling valt of zich bezeert en behandeld moet worden. Of in het speciaal onderwijs een kind dat specifieke zorg nodig heeft, bijvoorbeeld door het bij de hand nemen van dove, slechthorende kinderen.

Het is op dit moment nog onduidelijk hoe de schoolweek er concreet uit gaat zien. Het is aan de individuele school om precies vorm te geven hoe het onderwijs zal worden gegeven, waarbij de vormgeving afhankelijk kan zijn van de grootte van de huidige groepen (lokaalgroottes), het onderwijsconcept (‘digitaal huiswerk’), beschikbare leraren en andere schoolspecifieke situaties. Basisscholen beslissen kortom zelf hoe zij de 50% onderwijstijd inrichten. De hoofdvraag die hierbij speelt is in hoeverre een school aansprakelijk kan worden gesteld indien een docent het coronavirus vat?

Aansprakelijkheid 

Voorop staat dat scholen primair verantwoordelijk zijn voor de arbeidsomstandigheden van het personeel. In een normale situatie geldt dat de situatie waarin een werknemer een ongeval krijgt onder de aansprakelijkheid van de werkgever kan vallen. Artikel 7:658 BW legt namelijk op de werkgever een zorgplicht voor de veiligheid van zijn werknemers en regelt de aansprakelijkheid van de werkgever voor schade die zijn werknemers lijden als gevolg van het niet nakomen van deze zorgplicht.

Deze zorgplicht wordt primair ingevuld door de nakoming van de verplichtingen uit de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: ‘Arbowet’). De Arbowet verplicht scholen zorg te dragen voor een veilige en gezonde werkomgeving van werknemers. Kinderen kunnen namelijk wel eens net zo besmettelijk zijn als oudere leeftijdsgroepen en het coronavirus dus even makkelijk verspreiden (hetgeen ook blijkt uit nieuwe studies). Scholen moeten erop bedacht zijn dat zij in deze nieuwe wereld de risico's van het werk in kaart moeten brengen, verbeteringen moeten voorstellen en het gevoerde beleid moeten evalueren. Zo is een absolute stelregel dat volwassenen en kinderen met gezondheidsklachten of die behoren tot de risicogroepen (boven de 70 jaar of met onderliggende aandoeningen) niet naar school mogen komen. Voor welke werknemers gelden nog meer gevaren en welke risico-beperkende maatregelen zouden voor die bijzondere categorieën van werknemers moeten worden getroffen (denk aan een bijzondere inrichting en het onderhoud van de lokalen)?

Bij schending van haar verplichtingen geldt dat de school in beginsel gehouden is de letselschade te vergoeden die de docent of andere werknemer lijdt doordat zich een ongeval voltrekt of een beroepsziekte ontstaat. Een docent kan ook aanspraak maken op vergoeding van immateriële schade. De school kan schadeplichtigheid voorkomen door aan te tonen dat zij haar zorgplicht is nagekomen of indien zij aantoont dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Van groot belang is dat het enkele feit dat geen enkel voorschrift van het RIVM, Arbo-richtlijn of corona-overheidsmaatregel zich verzet tegen het inrichten van de school na 11 mei 2020, omgekeerd niet betekent dat de school geheel aan haar zorgplicht heeft voldaan. Er kunnen namelijk ongeschreven verplichtingen zijn die verder strekken dan de geschreven normen.

Vragen

Heeft u vragen over de aansprakelijkheid van uw school in coronatijd? Kunnen wij u daarbij helpen? Neemt u dan contact op met Christian Mutlu (053 -480 4216).